Bij de presentatie van de nieuwe iPad betrapte ik mezelf even op de gedachte: is het dat maar? Toch zullen Androidtablets ook in 2012 niet kunnen volgen. Met dank aan de software op de iPad.

Dat Apple woensdag een nieuwe iPad voorgesteld heeft, is u waarschijnlijk niet ontgaan. Mij ook niet – dat kon moeilijk, want ik zat in een congrescentrum in Londen naar de live stream van de aankondiging in San Francisco te kijken.

Terwijl marketingman Phil Schiller de vijf nieuwe eigenschappen van de iPad opsomde, betrapte ik mezelf even op de gedachte: is het dat maar? In de weken voor de aankondiging werden we overspoeld door geruchten over hoe Apples nieuwe tablet er zou uitzien (geen Home-knop meer! dunner! platter!) en wat voor revolutionairs er aan boord zou zitten (een elektrostatisch scherm dat texturen kan simuleren!).

Sommige van die geruchten bleken te kloppen, sommige bleken compleet loos. Maar blijkbaar waren mijn verwachtingen door die geruchtenstroom zo hoog komen te liggen dat het echte nieuws een teleurstelling leek. Dat is de vloek die al enkele jaren op Apple rust: wat het voorstelt zal altijd minder indrukwekkend zijn dan de wildste geruchten.

Terwijl de nieuwe iPad natuurlijk wel nieuwe hardware aan boord heeft. Iedereen ging er al maanden van uit dat hij een Retina Display zou krijgen (2.048 x 1.536 pixels), en hoewel dat dus geen verrassing meer is, blijft het wel een belangrijke upgrade. Als je de nieuwe iPad naast de oude houdt, is het een verschil van dag en nacht. Het is een slimme zet van Apple om de 'oude' iPad2 tegen een lagere prijs te blijven verkopen. Door de lagere prijs vergroot de markt, maar wie beide toestellen in een Apple Store naast elkaar legt, valt waarschijnlijk toch voor de hogere resolutie van de Retina Display.

Dat de iPad LTE aan boord krijgt, was evenmin onverwacht. Maar deze keuze van Apple zal er wel voor zorgen dat LTE eindelijk doorbreekt: de carriers zullen niet langer kunnen wachten, nu de populairste tablet van het moment voluit voor deze technologie kiest. Dat de nieuwe iPhone die later dit jaar volgt ook LTE zal krijgen, staat in de sterren geschreven.

De andere nieuwe features (een betere camera, HD-video met softwarematige beeldstabilisatie en een afgeslankte versie van Siri die alleen dient om te dicteren) zijn niet wereldschokkend. Maar Apple had woensdag geen wereldschokkend nieuw product nodig. Het is niet alsof Apple de hete adem van zijn concurrenten in zijn nek voelt; de iPad domineert de categorie tablets met verve. Van de meer dan honderd alternatieve tablets heeft alleen de Amazon Kindle Fire enig succes, en meer omwille van de lage prijs (Amazon maakt verlies op elk toestel) en het rijke contentaanbod dan de weinig indrukwekkende hardware.

Software, software, software
Opvallende was dat Apple het grootste deel van het iPad-event niet aan de iPad maar aan software besteedde – ongeveer twintig en vijfendertig minuten, als ik goed getimed heb. Daar zijn twee redenen voor: omdat er over de hardware an sich al bij al niet zoveel te vertellen viel, maar ook en vooral omdat software voor het succes van de iPad en andere 'post-pc devices' veel belangrijker is. Op een handvol geeks en technologiejournalisten ligt er echt niemand wakker van of een tablet twee dan wel vier kernen bevat en hoeveel geheugen er inzit.  Tablets worden niet gekocht op basis van specificaties maar om wat je ermee kan doen.

Dat verklaart ook waarom Apple drie externe ontwikkelaars een podium gaf om hun nieuwe apps te onthullen. Wie de Autodesk-man tijdens de demo op anderhalve minuut een knap schilderij zag maken met de Sketchbook-app, zal nooit meer zeggen dat tablets alleen deugen om content te consumeren.  (David Hockney, de grootste nog levende Engelse schilder, had dat al begrepen: op zijn jongste expo toont hij schilderijen die hij op zijn iPad maakte). Het is ook de reden waarom Apple investeert in een gelikte iOS-versie van iPhoto die de iPad-hardware ten volle benut: om de lat voor iOS-apps weer een stukje hoger te leggen, zodat externe ontwikkelaars moeten volgen en hun apps ook beter maken. Inmiddels doen de meeste makers van Android-tablets alsof het nog steeds 1995 is en alleen telt wie de snelste processor heeft. Zij dwalen, en als ze dat niet snel inzien wordt 2012 andermaal het jaar van de iPad.