Europa introduceert nieuwe regels voor smartphones en tablets. Die moeten voortaan een stuk duurzamer ontworpen worden.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang elke week het beste van Clickx in je mailbox.
Europa introduceert nieuwe regels voor smartphones en tablets. Die moeten voortaan een stuk duurzamer ontworpen worden.
Goed voor milieu én onze portemonnee. Een smartphone gaat vaak minder lang mee dan je zou willen. De batterij begeeft het of er komen geen software-updates meer. Daar wil de Europese Unie met enkele nieuwe regels wat aan doen. Verordening 2023/1670 focust op ecologisch verantwoord ontwerp, terwijl Gedelegeerde Verordening 2023/1669 nieuwe energielabels introduceert voor smartphones en tablets. Samen leggen ze de lat hoger voor duurzaamheid, reparatiegemak en energie-efficiëntie, maar hoe gaat dat precies in zijn werk en wat merken wij als consument daarvan?
In Europa is de gemiddelde gebruiksduur van een smartphone sinds 2010 nauwelijks boven de drie jaar uitgekomen. Elk toestel dat zo vroeg aan de kant gelegd wordt, staat gelijk aan het equivalent van ongeveer 60 kilogram CO₂ aan productie-uitstoot. Bovendien zitten er in die toestellen zeldzame en waardevolle metalen die moeilijk terug te winnen zijn. In 2020 zou de productie en het gebruik van smartphones en tablets ongeveer 28,5 Twh aan primaire energie gekost hebben en die hoeveelheid zou als er niets gebeurt in 2030 amper dalen. Er worden weliswaar efficiëntiewinsten geboekt, maar die worden tenietgedaan doordat er steeds meer smartphones en tablets voor steeds meer zaken gebruikt worden.

De aandacht verschuift dus van “hoe maak ik gebruik zuiniger?” naar “hoe laat ik een toestel langer meegaan?” De levensduur van smartphones en tablets met twee jaar verlengen zou de klimaatemissies per toestel met ongeveer 30 procent laten dalen. Dat is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de portemonnee en het is precies dat structurele voordeel dat de Europese Unie met nieuwe, bindende normen wil verankeren.

Verordening 2023/1670 en 1669 passen in de bredere Green Deal-puzzel, met initiatieven als de Richtlijn voor het Recht op Reparatie, de Batterijverordening (vervangbare batterijen tegen 2027) en plannen voor een Digital Product Passport. Het doel is om hiermee een interne markt te creëren waar duurzaamheid niet langer een marketingoptie is, maar een fundamentele randvoorwaarde.
Een nobel doel natuurlijk, maar ook een werk van lange adem. Conceptteksten uit 2021 kregen al snel stevig weerwerk vanuit de industrie zelf. Daar vreesden ze immers voor hogere kosten. NGO’s dan weer waren niet te vinden voor vrijwillige akkoorden, die te traag en te uitgehold tot stand zouden komen. Uiteindelijk koos de Europese Commissie voor een duidelijke aanpak via de Ecodesign-richtlijn, die harde fysieke eisen stelt, en de Energielabel-verordening, die transparantie biedt richting de consument. Helaas voltrok het hele proces zich grotendeels achter de schermen. Invloed van bedrijfslobby’s is dan ook waarschijnlijk en milieuorganisaties lieten meermaals weten dat ze daar niet tegen opgewassen zijn.
Vooral de lat voor batterijkwaliteit gaat fors omhoog. Om 1.000 cycli bij 80 procent restcapaciteit te halen zijn betere elektroden, dikkere separators en vaak ook een iets grotere behuizing nodig. Tegelijk moet de batterij nog eenvoudig te vervangen zijn, al wordt er wel een uitzondering gemaakt voor niet-uitneembare batterijen zolang ze duurzaam genoeg zijn en de cyclustest doorstaan. Voor water- en stofdichtheid moet minstens IP67 gehaald worden, wat extra bescherming rond knoppen en poorten vereist.

Wat software betreft, worden Android-fabrikanten gedwongen om langer updates te voorzien. Apple ondersteunt zijn iPhones nu al vijf tot zes jaar, maar bij veel Android-telefoons is de ondersteuning een stuk minder. Daar moet dus verandering in komen. Voor veel merken betekent dit een langere samenwerking met de fabrikanten van hun chipsets, grotere testteams en mogelijk ook een nieuw verdienmodel om te compenseren voor het feit dat consumenten hun toestel langer veilig kunnen gebruiken en dus minder snel een nieuw kopen.
Grotere merken beschikken in principe over de middelen om een voorraad van 7 jaar aan onderdelen aan te houden, maar voor kleinere spelers, met vaak ook dunnere marges, is dat een stuk moeilijker. Sowieso lijken de nieuwe regels fabrikanten op kosten te zullen jagen, maar voor kleine merken kan dat er misschien wel toe leiden dat ze beslissen om de Europese markt te verlaten.
Ook zal het ontwerpproces van nieuwe toestellen mogelijk anders moeten gaan verlopen, met een grotere focus op duurzaamheid en zelfs demonteerbaarheid. Dat kan leiden tot dikkere behuizingen, al wordt er ook nu al slim gewerkt met bijvoorbeeld nieuwe batterijtechnologie en modulaire frames om de omvang van een toestel te beperken.

Een positief gevolg van de nieuwe regels voor fabrikanten is dat ze mogelijk minder druk ondervinden in de klantenservice na verkoop. Er zouden namelijk minder defecten zijn, wat dan weer minder garantieregelingen inhoudt en mogelijk ook een hogere en stabielere klanttevredenheid. Of dit opweegt tegen de kosten die elders gemaakt moeten worden en de inkomsten die mogelijk verdwijnen, is echter nog maar de vraag.
Consumenten krijgen dankzij de nieuwe regels natuurlijk duurzamere smartphones en tablets in handen, wat een betere gebruikservaring oplevert. Dankzij nieuwe eisen rond de batterij zou er minder laadstress zijn en dankzij langere softwareondersteuning kunnen toestellen langer veilig gebruikt worden. Het nieuwe energielabel kan bovendien helpen bij het maken van een keuze voor het ene of het andere toestel.
Die duurzaamheid zouden we ook moeten voelen in onze portemonnee. Volgens de Europese Commissie zouden huishoudens tegen 2030 per jaar gemiddeld 100 euro besparen, simpelweg omdat hun telefoons minder snel afgeschreven worden. Belangrijk daarbij is ook de hogere restwaarde. Omdat toestellen langer meegaan, kunnen ze ook langer voor een hoger bedrag doorverkocht worden dan nu het geval is. De vraag is wel of fabrikanten extra kosten niet gewoon zullen doorrekenen, in welk geval het financiële voordeel voor consumenten misschien weer ongedaan gemaakt wordt.
Tegen 2030 zouden de nieuwe regels rond ecodesign naar schatting 14 terawattuur primaire energie per jaar besparen. Dat is ongeveer het jaarlijkse verbruik van een land als Denemarken. De CO₂-uitstoot zou met miljoenen tonnen gereduceerd worden, simpelweg omdat er minder telefoons geproduceerd zouden moeten worden en de toestellen bij gebruik energiezuiniger zijn. Ook blijven tonnen zeldzame aardmetalen langer in omloop.

Deze milieuwinst is een van de goedkoopste manieren om de EU-klimaatdoelen te halen. Er is niet noodzakelijk nieuwe technologie of een grote gedragsverandering voor nodig, enkel betere ontwerpkeuzes en meer transparantie, al worden sommige zaken misschien wel rooskleuriger voorgesteld dan ze echt zijn.
Op zich klinken de nieuwe EU-regels natuurlijk goed, maar dat neemt niet weg dat er de nodige kanttekeningen bij geplaatst kunnen worden. Zo kan de positieve impact op het milieu wat misleidend zijn. Er zouden weliswaar minder telefoons geproduceerd worden dan wanneer de regels er niet zouden zijn, maar over het algemeen zouden er in reële aantallen wel nog steeds veel meer toestellen gemaakt kunnen worden dan nu, simpelweg omdat de vraag toeneemt. In dat geval zou je dus ook kunnen zeggen dat de impact op het milieu gewoon niet zo slecht is als dat het zou kunnen zijn, wat op zich positief is, maar nog steeds een grote belasting voor onze natuur inhoudt.
Voorts kan je je de vraag stellen of consumenten wel echt een telefoon langer zullen gebruiken wanneer dat mogelijk is. Het is niet ondenkbaar dat er psychologische effecten spelen die maken dat je toch liever regelmatig een nieuw toestel in huis haalt. Het oude kan je dan weliswaar duurzaam doorverkopen, maar het risico bestaat dat de positieve impact van duurzaamheid op het koopgedrag van consumenten overdreven wordt.

Ook is er bij verschillende betrokken partijen kritiek te horen. Milieuverenigingen bijvoorbeeld zijn niet blij met het feit dat batterijen vastgelijmd mogen blijven als ze de cyclustest doorstaan. Een kapotte batterij vervangen wordt op deze manier een stuk moeilijker of zelfs onmogelijk.
Fabrikanten dan weer wijzen op het feit dat de voorraadplicht de kosten aanzienlijk kan opdrijven, zeker in het geval van minder populaire modellen. Bovendien is het de vraag wat “redelijke prijzen” precies inhouden. Dat is namelijk niet sterk afgebakend en laat dus ruimte voor interpretatie. Zo zou een nieuw scherm voor een budgettelefoon gerust 400 euro kunnen kosten, waarmee de reparatiegedachte achter de nieuwe regels ondermijnd wordt. Hier zal dan ook een belangrijke rol weggelegd zijn voor toezichthouders.
Wetgeving stopt natuurlijk niet per se aan de grenzen van de Europese Unie, en omdat grote merken mondiaal te werk gaan, is de kans reëel dat ook andere consumenten in landen zonder specifieke regels zullen kunnen profiteren van de circulaire gedachte achter de Europese regelgeving.
Grote merken zijn wereldwijd actief en voor hen loont het mogelijk meer de moeite om één duurzaam basisontwerp te ontwikkelen dan om verschillende varianten voor verschillende regio’s te onderhouden. Bovendien wordt ook in de Verenigde Staten werk gemaakt van wetgeving die focust op duurzaamheid, waardoor het voor fabrikanten sowieso moeilijk wordt om zich uit bepaalde regio’s terug te trekken. Als zowel de Europese Unie als de Verenigde Staten dezelfde duurzaamheid nastreven, hebben bedrijven immers weinig andere keuze dan zich daarbij neer te leggen. Regio’s tegen elkaar uitspelen is dan geen optie.
Lange tijd stond innovatie bij smartphones gelijk aan dunnere behuizingen, meer pixels en snellere chips. Met deze nieuwe regels wil de Europese Unie daar een nieuwe maatstaf aan toevoegen, met name die van duurzaamheid. Toestellen moeten langer mee kunnen gaan, wat goed is voor het milieu én onze bankrekening. Natuurlijk is nog niet alles in kannen en kruiken. Zaken als handhaving, redelijke prijzen en verwijderbare batterijen blijven hete hangijzers, maar het lijkt er althans op dat wij consumenten kunnen gaan vieren: lang leve je smartphone.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang elke week het beste van Clickx in je mailbox.
Krijg Clickx magazine 10 keer per jaar (waarvan 2 extra dikke dubbelnummers) keurig thuisbezorgd.
