Tot een uur gamen per dag heeft een positief effect op het gedrag van een kind, wijst een onderzoek van de universiteit van Oxford uit.

Een onderzoek van de Universiteit van Oxford in het VK wijst uit dat er geen link bestaat tussen het spelen van gewelddadige spelletjes en agressie of verminderde schoolprestaties. Volgens de studie is de aard van het gespeelde spel niet relevant, wel de tijd dat een kind aan een computergame besteedt. Wie meer dan drie uur per dag speelt heeft volgens de onderzoekers een hogere kans op hyperactiviteit, betrokken geraken bij een gevecht en lagere schoolprestaties.

Positief

Langs de andere kant ontdekten de wetenschappers dat met mate gamen hoogstwaarschijnlijk een positief effect heeft op het gedrag van een kind. Daartoe mag een uur per dag niet overschreden worden. De eerste auteur van de studie, professor Andy Przybylski, verduidelijkt dat er wel degelijk een verband bestaat tussen het gedrag van een kind en het soort spelletje dat ze spelen. “We kunnen echter niet zeggen dat games goed of slecht gedrag veroorzaken”, verduidelijkt hij. Volgens Przybylski zijn er tal van andere factoren die wel een belangrijke rol spelen in de vorming van het gedrag van een kind.

Puzzelen

De studie maakt verder komaf met het idee dat puzzelspelletjes en strategygames een positieve invloed hebben op de schoolprestaties. De punten van de kinderen die dergelijke games spelen zijn niet significant anders dan die van jongelui die dat niet doen. Toch kunnen videospellen gelinkt worden aan positief gedrag.

Volgens de studie hebben kinderen die coöperatieve en competitieve spellen spelen minder emotionele problemen en minder problemen met leeftijdsgenootjes. Wie liever alleen speelt leek dan weer betere punten te halen en minder betrokken te raken in gevechten. Voor alle duidelijkheid: de link tussen beiden houdt niet noodzakelijk een causaal verband in, in welke richting dan ook. Een link tussen eender welk soort spel en eender welke vorm van negatief gedrag konden de onderzoekers niet vaststellen.

Spelen in de 21ste eeuw

Tweede auteur Allison Mishkin vat de bevindingen van het onderzoek mooi samen: “De resultaten benadrukken dat het spelen van videospellen niets meer is dan een andere manier van spelen waar kinderen zich in dit digitale tijdperk mee bezighouden. De voordelen komen uit het spelen zelf, terwijl het medium niet echt een rol speelt.”

Prybylski en zijn team bestudeerden voor hun onderzoek 200 leerlingen tussen de 12 en de 13 jaar oud. Iedere leerling kreeg een nummer toegewezen waarna hun leerkrachten hen evalueerden op tal van onderzoekspunten. De subjecten zelf moesten een vragenlijst invullen waarin gepeild werd naar hun gamegedrag. Dankzij de nummers bleef de anonimiteit van de studentjes bewaard.