5G is al geruime tijd beschikbaar in België, maar wist je dat onze 5G-netwerken eigenlijk nog deels op 4G-technologie draaien? We nemen je mee door de opzet, het heden en de toekomst van 5G.
Proximus begon in 2020 als eerste Belgische telecomprovider met de uitrol van 5G. Telenet volgde ruim een jaar later, in december 2021, met Orange als hekkensluiter in februari 2022. Maar erg vlot verloopt het nog niet, blijkt uit recente dekkingscijfers van toezichthouder BIPT (juni 2025): van een landelijke 5G-dekking is nog steeds geen sprake. Telenet is momenteel koploper in 5G-dekking en biedt buitenshuis op 99,8 procent van het Belgische grondgebied 5G aan, tegenover 98,8 procent bij Proximus en 96 procent bij Orange. Kijken we naar de dekking van huishoudens, dan zien de cijfers er iets anders uit: ook daar is Telenet koploper (98 procent), gevolgd door Proximus (94 procent), terwijl Orange met 82 procent flink achterblijft. Orange bestrijkt dus wel een groot deel van het grondgebied, maar wat vaker dan bij de andere telecomproviders gaat het om gebieden waar nauwelijks iemand woont. Je bent nu in grote lijnen op de hoogte van de status van 5G in België, maar wat is 5G eigenlijk en wat gaat de technologie ons nog brengen?
Evolutie of revolutie?
4G werd door kenners gezien als een revolutionaire upgrade tegenover 3G en zijn voorlopers. 4G, ook wel bekend als LTE (Long-Term Evolution), biedt veel hogere datasnelheden, lagere latency, stabielere connecties, een eenvoudigere netwerkarchitectuur én voordelen zoals sms- en telefoongesprekken via IP. Vandaar ook de komst van Voice over LTE (VoLTE), dat een veel hogere gesprekskwaliteit levert dan mogelijk was via 3G of 2G. 5G kan je in de basis beschouwen als de volgende stap in de LTE-evolutie, al spreken telcoleveranciers als Huawei en Nokia liever van een 5G-revolutie die de ‘steden van de toekomst’ mogelijk zal maken. Al in 2019, toen de eerste 5G-netwerken werden uitgerold, werd dat volop verkondigd: 5G moest medische operaties op afstand mogelijk maken, evenals zelfrijdende auto’s die elkaar continu op de hoogte houden van hun locatie. Allemaal mooie toekomstbeelden van een 5G-revolutie, maar tot op heden voelt 5G (zeker in de Benelux) toch meer aan als een evolutie. Netwerken zijn hier nauwelijks sneller geworden, of in elk geval niet buiten de grote steden, en de beloofde lagere latency en slimme steden zijn voorlopig vooral een ver, onbereikbaar toekomstbeeld. De reden daarvoor? Eigenlijk heel simpel: Belgische providers maken in de basis gebruik van frequenties die ooit bedoeld waren voor 3G en 4G. Daarmee gooien ze zelf een metalen stok in de tandwielen die 5G draaiende zouden moeten houden.
5G: de basis
GSMA, de wereldwijde brancheorganisatie voor telecommunicatie die nauw betrokken is bij de ontwikkeling van nieuwe netwerktechnologieën, noemt 5G ‘de meest geavanceerde draadloze technologie tot op heden’. Opmerkelijk is ook dat de technologie ‘sneller omarmd is dan welke eerdere mobiele standaard ook’. De belofte van 5G is, zoals gebruikelijk bij nieuwe generaties, dat de snelheden flink hoger liggen dankzij ondersteuning voor veel hogere netwerkfrequenties, zelfs boven de 24 GHz. Ter vergelijking: 4G-netwerken gebruiken frequenties die ver onder de Sub 6 GHz blijven, zoals 700 MHz, 900 MHz, 1.800 MHz en 2.100 MHz. Hoe hoger de frequentie, hoe meer data er tegelijkertijd kan worden verstuurd, wat op je telefoon of laptop resulteert in hogere snelheden. Bij 24GHz-netwerken zijn praktijksnelheden tot 1,6 Gbps mogelijk, terwijl je in België op 5G vaak niet veel verder komt dan 200 tot 500 Mbps. Toekomstige mmWave-netwerken zouden in theorie zelfs snelheden tot 10 à 20 Gbps kunnen bieden, al moet de frequentie daarvoor nog flink omhoog, mogelijk tot 100 GHz of daarboven. Maar 5G draait niet alleen om hogere netwerkfrequenties. Het maakt ook gebruik van MIMO-antennes die meerdere datapakketten tegelijk kunnen verzenden en ontvangen, wat de capaciteit en snelheid van het netwerk aanzienlijk verhoogt. Daarbovenop is er Network Slicing, een technologie waarmee de bandbreedte wordt verdeeld in aparte ‘slices’, elk bestemd voor een specifieke toepassing of dienst. Zo kunnen providers hun netwerkverkeer beter prioriteren en garanderen dat toepassingen met hoge capaciteit genoeg ruimte krijgt. Nieuw in 5G is bovendien de ondersteuning voor beamforming-antennes, die signalen gericht naar een smartphone of laptop sturen. Traditionele antennes zenden hun signalen in alle richtingen uit, wat minder efficiënt is en leidt tot lagere pieksnelheden en hogere latency. Om dit én mmWave mogelijk te maken, worden bovendien steeds vaker kleine antennes ingezet. Die hoeven niet per se op een zendmast te hangen, maar kunnen net zo goed aan een lantaarnpaal worden bevestigd. Alles samen zorgt dit ervoor dat 5G sneller én efficiënter is, zij het met een asterisk.
MmWave is een indrukwekkende ‘netwerktechniek’ voor hogere snelheden, maar eigenlijk alleen inzetbaar in drukke gebieden.
‘MmWave is waardeloos’
Voor eindgebruikers lijkt de introductie van mmWave misschien wel de meest waardevolle upgrade van 5G. Of toch, als je kijkt naar de veel hogere theoretische bandbreedte. In de praktijk is mmWave echter verre van een perfecte oplossing om sneller te internetten. Hoewel de hogere bandbreedte inderdaad meer data kan vervoeren, is het bereik tegelijk veel kleiner. Staat er een boom in de weg? Dan is de kans groot dat je verbinding wegvalt. Zelfs een raam kan al verhinderen dat je telefoon een mmWave-signaal opvangt. De frequentie ligt zo hoog (minstens 6 GHz, maar vaker ruim boven de 24 GHz) dat een klein obstakel volstaat om de verbinding volledig te verliezen. Je kan het vergelijken met 2,4- en 5GHz-wifi, waarbij het 5GHz-signaal veel meer moeite heeft om door muren en plafonds heen te dringen. Bij mmWave speelt datzelfde probleem, al heb je daar niet eens een dikke muur nodig om het signaal kwijt te raken. Precies daarom zetten telecomproviders mmWave eigenlijk alleen in dichtbevolkte gebieden in: je hebt immers veel meer antennes nodig om een dekkend netwerk te realiseren. Dat is ook een van de redenen waarom de uitrol van mmWave in Europa nauwelijks vaart maakt: de toepassing is complex en vaak te duur, niet in het minst vanwege de achterliggende fiberarchitectuur, die in Europa nog vaak achterloopt. Opvallend genoeg wordt de techniek in de VS wél grootschalig uitgerold, met de focus op grote steden. Dat zie je ook terug in Amerikaanse smartphones, die een extra mmWave-5G-antenne bevatten, terwijl die in Europese modellen ontbreekt.
5G is niet altijd écht 5G
Zie je een 5G-embleem in de statusbalk van je smartphone? Dat betekent lang niet altijd dat je toestel ook echt op een volwaardig 5G-netwerk zit. In veel gevallen gaat het om 5G Non-standalone (5G NSA), waarbij de kern van het netwerk nog draait op 4G-technologie. Dat type 5G-netwerk biedt doorgaans wel iets hogere snelheden, maar mist de andere voordelen van 5G, zoals Network Slicing, extreem lage latency en een grotere netwerkcapaciteit. Bij 5G NSA verlopen uploads bovendien nog via 4G, al zorgt de combinatie met 5G-technologie wel voor een lichte snelheidswinst. In België lopen er wel proefprojecten met 5G Standalone (SA), maar die zijn voorlopig beperkt tot zakelijke toepassingen en volledig geconcentreerd in de haven van Antwerpen. Kortom: vandaag surf je in de praktijk vooral op een opgewaardeerd 4G-netwerk. Vanaf 2026 zou dat veranderen: Proximus plant dan de uitrol van zijn 5G SA-netwerk, door zowel de core als de RAN (zendmasten) te upgraden. Vermoedelijk volgt ook Orange in datzelfde jaar, aangezien de providers hun zendmasten samen beheren en upgraden. Welke voordelen die stap precies voor consumenten zal opleveren, blijft voorlopig koffiedik kijken. Proximus ziet de komst van 5G SA vooral als een troef voor zakelijke klanten dankzij de mogelijkheid tot 5G-slicing. Toch zou de nieuwe core ook de eerdergenoemde voordelen, lagere latency en hogere capaciteit, eindelijk mogelijk moeten maken.
5.5G of 5G Advanced, een evolutionaire upgrade voor 5G, zal de netwerkontwikkelingen de komende jaren inkleuren.
België hinkt achterop
We mogen in België dan wel over een 5G-netwerk beschikken, maar geavanceerd zijn die allerminst en ook de beschikbaarheid, die volgens het BIPT richting 100 procent kruipt, valt nog tegen. Dat blijkt uit Speedtest Intelligence-metingen van Ookla. Daaruit komt België naar voren als hekkensluiter, met een 5G-beschikbaarheid van amper 11,9 procent, een heel ander beeld dan de cijfers van het BIPT. Ter vergelijking: in Nederland loopt dit op tot 59,9 procent, terwijl Denemarken als koploper zelfs 83,9 procent haalt, aldus Ookla. Dat verschil is grotendeels te verklaren door de voortvarendheid waarmee landen hun 5G-veilingen organiseerden. Finland, een van de landen in de Europese top 10 qua 5G-dekking, veilde zijn eerste 5G-band (700 MHz) al in 2016. In België vond die veiling daarentegen pas in 2022 plaats. Providers konden voordien wel 5G-netwerken uitrollen, maar zonder zekerheid over de frequenties die ze met de veiling zouden krijgen. Bovendien kwam de 3.600 MHz-band – in potentie de belangrijkste 5G-band voor België, met hogere snelheden – pas toen beschikbaar.
Dit verschil van zes jaar weegt zwaar door, niet alleen op de dekking, maar uiteindelijk ook op de mogelijkheden en snelheid van ons 5G-netwerk. Het is aannemelijk dat dit de komende jaren, onder meer met de komst van 5G SA, sterk zal verbeteren. Ook mmWave komt uiteindelijk naar de EU, al zal het hier een bescheidener rol spelen. Volgens Ookla zullen providers die hoge frequenties vooral inzetten als capaciteitsaanvulling in dichtbevolkte stedelijke gebieden of bijvoorbeeld in stadions. De toekomst van 5G wordt bovendien vormgegeven door 5G Advanced (ook bekend als 5.5G), met nog hogere snelheden, Massive MIMO-antennes voor meer up- en downstreamcapaciteit en het gebruik van ML om verkeerspatronen te voorspellen en de signaalsterkte te optimaliseren. Ook biedt het verbeterde efficiëntie, nauwkeurige real-time tracking van apparaten en ondersteuning voor frequentiebanden tussen 7 en 24 GHz. Het is een relatief kleine, evolutionaire upgrade: een tussenstap van 5G richting 6G.