De gemiddelde Belg blijkt niet zo goed in het nemen van back-ups. Reden te meer om zelf uit te blinken. Ik overloop wat onze landgenoten verkeerd doen en waar jij op moet letten om gelijkaardige problemen te vermijden.

Belgen zijn geen goede back-uppers. Volgens een onafhankelijk onderzoek weet 43 procent van onze landgenoten zelfs niet goed wat een back-up precies is. Je zal niet weten wat je mist, tot je plots belangrijke bestanden of foto’s voor altijd ziet verdwijnen. Dan is het natuurlijk te laat. Misschien ben jij één van die Belgen aan wiens back-upgewoontes nog wat werk is. Misschien ben je al een pro, maar krijg je aan je omgeving moeilijk uitgelegd waarom back-uppen echt wel een goed idee is. Ik overloop in dit stuk wat een goede back-up precies is, waar je op moet letten en wat je zeker niet mag doen.

Veilig back-uppen

Een back-up maken, dat is voor veel mensen een synoniem voor bestanden naar een externe schijf verplaatsen. Wanneer die externe schijf vervolgens van het bureau tuimelt en kapot is, ontdekken mensen pas dat de kopie op de externe schijf na verloop van tijd de enige overgebleven kopie was, met alle gevolgen vandien. Dergelijke verhalen hoor ik vaak. Mijn vermoedens dat er nog wel wat te vertellen valt over het maken van een goede back-up, worden gestaafd door een nieuw onderzoek.

Volgens een enquête uitgevoerd door onafhankelijk onderzoeksbureau iVOX, in samenwerking met Seagate, weet 43 procent van de Belgen niet goed wat een back-up is. Misschien hebben ze er nog nooit van gehoord, of misschien denken ze net zoals in het geval hierboven dat een kopie naar een externe harde schijf volstaat. 28 procent van onze landgenoten maakt zelfs geen enkele back-up. Dat is veel: in Duitsland doet 81 procent dat wel, in Nederland maakt zelfs 82 procent op z’n minst een poging om één van zijn toestellen te back-uppen.

Kinderfoto’s

Dat heeft erg tastbare gevolgen. 10 procent van de ondervraagden heeft geen enkele foto meer uit zijn kindertijd en 44 procent is op z’n minst een deel kwijtgeraakt. Natuurlijk gaat het bij ondervraagden vandaag ook om oudere foto’s maar het principe is hetzelfde: slechts één kopie hebben van waardevolle bestanden kan op termijn alleen maar tot teleurstellingen leiden. Bovendien zijn de cijfers niet veel beter wanneer we naar digitale foto’s kijken: ongeveer de helft van de ondervraagden verloor al foto’s.

Smartphone is voor veel mensen synoniem voor fototoestel, en toch vergeten we massaal om onze waardevolle vakantieherinneringen van het toestel naar de cloud of externe opslag te kopiëren.

Van de slachtoffers kon 53 procent ze niet recupereren. De overige 47 procent had toegang tot een back-up, kon de foto’s nog terughalen met recuperatietools of moest aankloppen bij een datahersteldienst. Dat laatste is pijnlijk: zo’n dienst moet heel wat tijd en moeite investeren om verloren data terug te halen en die kost bijgevolg best veel geld. Weinig is vervelender dan enkele honderden euro’s uitgeven om foto’s terug te krijgen die je de dag voordien nog netjes op een functionele harde schijf had staan.

Een HDD die valt of een smartphone die er de brui aan geeft, zijn samen goed voor 30 procent van de verloren gegevens. 18 procent wiste data al eens per ongeluk zelf. In dat geval kan je de gegevens met een beetje handigheid via software nog recupereren. Slechts zeven procent van de mensen die al gegevens verloren, wijzen naar een virus als oorzaak.

Of het nu een materieel defect, een virus of zelfs gewoon een stommiteit is; de kans dat ook jij vroeg of laat zal wensen dat je een back-up hebt, is groot. Ontdek later deze week wat je concreet beter kan doen om rampspoed te vermijden.