De smartphone is zo dominant geworden dat elk alternatief haast als een bevrijdingsverhaal verkocht wordt. Minder schermtijd, minder prikkels, minder notificaties, minder mentale ruis. Dat idee spreekt aan, zeker nu steeds meer mensen het gevoel hebben dat hun telefoon hen niet alleen helpt, maar ook voortdurend aan hen trekt.
Dat verlangen naar een alternatief voor de dominante smartphone botst wel al jaren op dezelfde realiteit: we willen minder smartphone, maar niet minder gemak. Daarom zijn minimalistische telefoons voorlopig ook geen echt succesverhaal. Ze voelen vaak niet als een slimmere keuze, maar als een te grote stap terug. Misschien zit de interessantste evolutie daarom niet in de vervanger van de smartphone, maar in zijn assistent. Niet één toestel dat alles overneemt, wel een klein secundair apparaat dat net minder doet. Een companion device dus, bedoeld voor momenten waarop je bereikbaar wil blijven, zonder opnieuw in de volledige maalstroom van apps, feeds, mail, chatgroepen en algoritmes te belanden. Geen eindeloos scherm om in te verdwijnen, wel een soort middenweg tussen jou en je smartphone. Dat idee klinkt verrassend logisch. In het dagelijkse leven zijn er immers genoeg momenten waarop we niet echt een smartphone nodig hebben, maar ook niet volledig offline willen zijn. Tijdens een wandeling wil je misschien wel kunnen zien of iemand dringend belt, maar niet eindigen op sociale media of een of andere webshop. De klassieke smartphone is fantastisch omdat hij alles kan, maar net daardoor is hij ook slecht geworden in bescheiden aanwezig zijn.
Minder is een luxe
Jarenlang was ‘méér’ het hele punt van consumententechnologie. Méér functies, méér apps, méér integratie, méér scherm, méér mogelijkheden. Vandaag begint minder stilaan als een luxeproduct aan te voelen. Niet omdat technologie slechter geworden is, maar omdat ze te goed geworden is in onze aandacht grijpen. Een toestel dat bewust begrensd is, voelt dan niet per se als een uitgekleed product, maar als iets dat je beschermt tegen de logica van permanente beschikbaarheid. Toch zit daar meteen ook de zwakte van dit soort apparaten. Want hoeveel extra toestellen willen we eigenlijk meesleuren om zogezegd eenvoudiger te leven? Dat is het vreemde spanningsveld van die hele categorie. Je koopt een extra gadget om minder overweldigd te worden door je andere gadget.
Dat is niet per se onzinnig, maar het heeft wel iets ironisch. De belofte van rust komt dan in een doosje met usb-kabel, software-updates en een batterij die je ook weer in de gaten moet houden. En het wordt nog vreemder als je verder vooruitkijkt. Want naast minimalistische companion devices lijkt er ook een nieuwe golf aan AI-apparaten aan te komen. Toestellen die niet per se draaien om schermtijd verminderen, maar om een andere manier van omgaan met informatie. Op papier zijn dat twee verschillende richtingen, maar in de praktijk dreigen ze allebei hetzelfde resultaat te hebben: nog een apparaat in je zak. Dat is geen minimalisme. Dat is een nieuw soort digitale sleutelbos.
Revolutie
Toch zou het te makkelijk zijn om die hele trend weg te zetten als onzin. Companion devices voelen misschien rommelig, maar ze kunnen ook een symptoom zijn van een overgangsfase. De smartphone heeft twintig jaar lang zowat alle functies opgeslorpt. Camera, gps, muziekspeler, notitieboekje, bankkaart, agenda, afstandsbediening, gameconsole, winkelstraat en kantoorlade in één. Misschien is het helemaal niet zo vreemd dat die extreme concentratie nu opnieuw begint open te barsten. We zijn zo gewend geraakt aan dat ene centrale scherm dat we soms vergeten hoe onnatuurlijk het eigenlijk is dat één object al onze digitale rollen moet vervullen. Werk, ontspanning, communicatie, navigatie, administratie en verveling botsen daar de hele dag op elkaar.
Een companion device kan dan interessant zijn omdat het bepaalde taken opnieuw losweekt uit die brij. Misschien verdwijnen smartphones ooit niet omdat één revolutionair nieuw toestel hen verslaat, maar omdat hun taken langzaam uit elkaar vallen. Dat is minder spectaculair dan een grote technologische breuk, maar misschien net daarom geloofwaardiger. Revoluties beginnen zelden als revolutie. Soms beginnen ze gewoon als het besef dat één toestel, hoe slim ook, stilaan te veel van ons vraagt.