Microsoft heeft met de juni-update voor Windows 11 een nieuwe optimalisatietechniek uitgerold die het besturingssysteem sneller en responsiever moet maken. De functie, die intern ‘Low Latency Profile’ heet, zorgt ervoor dat onderdelen zoals het Startmenu, Windows Search en het Actiecentrum merkbaar sneller openen.
De verbetering zit verstopt in de cumulatieve update KB5094126 voor Windows 11 24H2 en 25H2, zo meldt Windows Latest. In de officiële changelog spreekt Microsoft alleen over snellere “core shell experiences”, maar achter de schermen blijkt het om een vrij ingrijpende wijziging in CPU-aansturing te gaan.’Bij interacties zoals het openen van het Startmenu of het aanklikken van Search verhoogt Windows nu heel kort de kloksnelheid van de processor naar het maximum. Daardoor reageren menu’s en vensters sneller dan voorheen, vooral op oudere of tragere systemen.
Windows reageert sneller op je acties
Normaal gezien heeft Windows een fractie van een seconde nodig om de processor op volle snelheid te brengen zodra je een actie uitvoert. Vooral op budgetlaptops of oudere hardware kan dat kleine vertragingen veroorzaken bij het openen van menu’s of systeemvensters. Met Low Latency Profile probeert Microsoft dat probleem op te lossen. Zodra Windows detecteert dat je bijvoorbeeld het Startmenu opent, krijgt de CPU meteen een korte prestatieboost van één tot drie seconden. Daarna schakelt de processor opnieuw terug naar een energiezuinige stand.
Die techniek is niet nieuw in de techwereld. Smartphones en Apple-apparaten gebruiken al langer gelijkaardige optimalisaties via het zogenaamde “race to sleep”-principe: een processor werkt heel even op maximale snelheid, rondt zijn taak sneller af en kan daarna langer in een energiezuinige modus blijven. Volgens Microsoft heeft de functie nauwelijks impact op batterijduur of temperatuur, omdat de prestatiepieken erg kort zijn.
Niet elke pc krijgt de functie meteen
Hoewel de functie deel uitmaakt van de juni-update, betekent dat niet automatisch dat ze al actief is op elke pc. Microsoft gebruikt daarvoor zijn ‘Controlled Feature Rollout’-systeem, waarbij nieuwe functies gefaseerd worden ingeschakeld. Daardoor kan het gebeuren dat twee identieke Windows 11-pc’s dezelfde update hebben geïnstalleerd, maar slechts één toestel de nieuwe optimalisatie effectief gebruikt.
Gebruikers kunnen de functie handmatig activeren via ViVeTool, een populair hulpmiddel waarmee verborgen Windows-features ingeschakeld kunnen worden. Daarvoor moet feature-ID 58989092 geactiveerd worden via de opdrachtprompt. Volgens tests levert de functie vooral winst op bij goedkopere laptops, virtuele machines en oudere hardware. Op krachtige desktops en moderne premiumlaptops zijn de verschillen subtieler, al zouden ook daar menu’s en zoekvensters iets vloeiender aanvoelen.
Meer verbeteringen in de juni-update
De nieuwe CPU-optimalisatie is slechts één van de opvallende vernieuwingen in de juni-update van Windows 11. Microsoft voegt ook ondersteuning toe voor gedeelde bluetooth-audio, waardoor twee gebruikers tegelijk via aparte hoofdtelefoons naar dezelfde pc kunnen luisteren. Daarnaast kunnen meerdere apps voortaan gelijktijdig toegang krijgen tot de webcam, toont Taakbeheer nu het NPU-gebruik van AI-processors en werkt Windows Search sneller bij korte zoekopdrachten. Ook Windows Hello werd aangepast, zodat gezichtsherkenning en vingerafdrukaanmelding betrouwbaarder opnieuw geactiveerd worden na een herstart of slaapstand.
Marijn Ceulemans896 posts
Herinnert zich nog perfect het opstartdeuntje van Windows 95. Nostalgische ziel die tegelijk graag op de hoogte blijft van de evoluties in techland. Ziet Windows, een iPhone en Google-apps als de ideale combinatie.