Belgen zijn slechte back-uppers. In vergelijking met onze buurlanden gaan we slecht om met het nemen van back-ups en dat blijft niet zonder gevolgen. Gegevensverlies in onze contreien komt al te vaak voor.



Op de hoogte blijven van onze nieuwste artikelen?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke week onze beste artikelen in je mailbox.


Een back-up maken, dat is voor veel mensen een synoniem voor bestanden naar een externe schijf verplaatsen. Wanneer die externe schijf vervolgens van het bureau tuimelt en kapot is, ontdekken mensen pas dat de kopie op de externe schijf na verloop van tijd de enige overgebleven kopie was, met alle gevolgen van dien. Dergelijke verhalen horen we te vaak. Onze vermoedens dat er nog wel wat te vertellen valt over het maken van een goede back-up, worden gestaafd door een nieuw onderzoek.

Volgens een enquête uitgevoerd door onafhankelijk onderzoeksbureau iVOX, in samenwerking met Seagate, weet 43 procent van de Belgen niet goed wat een back-up is. Misschien hebben ze er nog nooit van gehoord, of misschien denken ze net zoals in het geval hierboven dat een kopie naar een externe harde schijf volstaat. 25 procent van de ondervraagden weet zelfs niet hoe te beginnen aan een back-up van zijn computer. Met dat cijfer in het achterhoofd, hoeft het niet te verrassen dat 28 procent van onze landgenoten zelfs geen enkele back-up maakt. Dat is veel: in Duitsland doet 81 procent dat wel, in Nederland maakt zelfs 82 procent op z’n minst een poging om één van zijn toestellen te back-uppen.

[quote align=”center” body=”5 procent van de ondervraagden weet niet hoe te beginnen aan een back-up van zijn computer”]

Kinderfoto’s

Dat heeft erg tastbare gevolgen. 10 procent van de ondervraagden heeft geen enkele foto meer uit zijn kindertijd en 44 procent is op z’n minst een deel kwijtgeraakt. Natuurlijk gaat het bij ondervraagden vandaag ook om oudere foto’s maar het principe is hetzelfde: slechts één kopie hebben van waardevolle bestanden kan op termijn alleen maar tot teleurstellingen leiden. Bovendien zijn de cijfers niet veel beter wanneer we naar digitale foto’s kijken: ongeveer de helft van de ondervraagden verloor al foto’s.

Van de slachtoffers kon 53 procent ze niet recupereren. De overige 47 procent had toegang tot een back-up, kon de foto’s nog terughalen met recuperatietools of moest aankloppen bij een datahersteldienst. Dat laatste is pijnlijk: zo’n dienst moet heel wat tijd en moeite investeren om verloren data terug te halen en kost bijgevolg best veel geld. Weinig is vervelender dan enkele honderden euro’s uitgeven om foto’s terug te krijgen die je de dag voordien nog netjes op een functionele harde schijf had staan.

Foto’s van je jeugd zijn pas echt interessant wanneer je zelf iets ouder bent. Zonder back-up is de kans klein dat je kiekjes de pensioenleeftijd halen.

Een HDD die valt of een smartphone die er de brui aan geeft, zijn samen goed voor 30 procent van de verloren gegevens. 18 procent wiste data al eens per ongeluk zelf. In dat geval kan je de gegevens met een beetje handigheid via software zoals Recuva nog recupereren. Slechts zeven procent van de mensen die al gegevens verloren, wijzen naar een virus als oorzaak.

Methodiek

De externe harde schijf is het favoriete back-up-middel van de Belg. 76% plaatst een back-up op een externe drive. Op de tweede plaats prijkt de cloud, net dank aan gratis diensten zoals OneDrive, Dropbox en Google Drive. 33 procent van de ondervraagden zet gegevens veilig op een cloudschijf. Het onderzoek schuift nog twee andere bestemmingen naar voren. Sociale media zoals Facebook of Instagram werken als back-up-locatie voor 7 procent van de Belgen, 8 procent drukt belangrijke gegevens af op papier.

Op zich is iedere back-up-locatie een goede locatie. Hoe meer plaatsen je combineert, hoe beter. Een handige vuistregel voor de perfecte backup is ‘3-2-1’: idealiter heb je drie kopieën van belangrijke bestanden op minstens twee soorten verschillende opslagmedia waarvan één kopie op een externe locatie zit. In de praktijk kan zo’n scenario er als volgt uitzien: je hebt één kopie op een laptop, één op een externe schijf of NAS, en één in de cloud. Zo ben je niet alleen beschermd tegen het falen van je hardware, maar ook tegen grotere tegenslagen zoals een woningbrand of diefstal.

Frequentie

Risicospreiding is één belangrijke pijler voor het nemen van back-ups, frequentie een andere. Een back-up van een jaar geleden telt niet meer als echte back-up als de gegevens op je computer in die tijd flink geëvolueerd zijn. 33 procent van de Belgen neemt op regelmatige basis een back-up. Of dat wekelijks dan wel maandelijks is, specifieert het onderzoek niet. 26 procent neemt minstens één keer per jaar een back-up maar voorziet geen vaste frequentie. Typisch gaat het om back-ups na de aanmaak van belangrijke gegevens zoals een feest of een leuke reis waar je veel foto’s van hebt.

[quote align=”center” body=”Stel je het back-uppen van je vakantiekiekjes met twee maanden uit, dan komt Murphy er hoogstpersoonlijk voor zorgen dat je trouwe harde schijf er net dan de brui aan geeft.”]

In principe volstaan beide technieken, zolang je er maar zeker van bent dat er snel een back-up komt van de data die je belangrijk vindt. Stel je het back-uppen van je vakantiekiekjes met twee maanden uit, dan komt Murphy er hoogstpersoonlijk voor zorgen dat je trouwe harde schijf er net dan de brui aan geeft. Een goede back-up begint bij een goede mindset. Het is een klusje om te back-uppen en wanneer je veel data wil veilig stellen gaat er vermoedelijk een centje mee gepaard, maar hetzelfde kan je zeggen van je auto-, brand- of hospitalisatieverzekering. Idealiter gebruik je ze niet, maar we weten allemaal dat het een goed idee is er ééntje te hebben.

Dit stuk is deel 1 in onze vijfdelige reeks over back-ups. In de komende delen analyseren we verschillende back-up-methodes en locaties, en kijken we tot slot naar een laatste redmiddel wanneer je toch geen reservekopie van je bestanden hebt.