Op de hoogte blijven van onze nieuwste artikelen?

Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief en ontvang elke week onze beste artikelen in je mailbox.


Jaarlijks zal gemiddeld dertien procent van de Belgische gezinnen van internetaanbieder wisselen. Dat blijkt uit een studie van onderzoeksbureau Forrester, die vooruitblikt naar de breedbandmarkt in “West-Europa”. Dit cijfer ligt aanzienlijk lager dan in andere West-Europese landen. Onze noorderburen spannen de kroon; bij hen zal bijna een kwart jaarlijks kijken of het gras groener is aan de andere kant.

Wat betreft de aanwezigheid (“penetratie”) van breedband bevindt België zich in de middenmoot. Zo’n 55 procent van de gezinnen heeft snel internet. Daarmee staan we ongeveer gelijk met het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland. Net zoals in vorige studies valt het op dat Nederland en de Scandinavische landen een hogere breedbandpenetratie hebben. Dit in tegenstelling tot landen als Griekenland, Spanje en Portugal, waar het percentage veel lager ligt.

In de volgende jaren verwacht Forrester zowel op Belgisch als West-Europees vlak een vijfde meer breedbandaansluitingen dan nu. Nederland, waar driekwart van de gezinnen een aansluiting heeft, zal op dit punt slechts tien procent groeien. Het bureau verwacht daarom de grootste stijgingen in de zuiderse landen, hoofdzakelijk door de overstap van inbelverbindingen naar een snellere DSL- of kabelaansluiting.

Glasvezel en WiMAX beperkt

Forrester keek ook naar de manier waarop er een internetverbinding wordt gelegd. Zo voorspelt het bureau dat DSL-varianten sterker zullen groeien dan kabelinternet. Hier hoort wel een kleine nuance bij. De sterkste groei speelt zich immers af in (zuiderse) landen waar de markt nog niet verzadigd is, en waar een DSL-verbinding goedkoper en makkelijker is te voorzien dan een kabel.

Andere technologieën zullen op Europees vlak minder prominent aanwezig zijn in de volgende jaren. Het onderzoek voorspelt dat WiMAX en een glasvezelverbinding tot in de huiskamer (fibre to the home) in 2008 slechts een gezamenlijk aandeel van twee procent zullen halen. Dit stijgt nog wel in de volgende jaren, maar zelfs tegen 2013 komt dit amper op acht procent.