Je Windows-systeem kan terugvallen op een back-up wanneer je RAM helemaal vol is: de pagefile. We leggen je uit wat het precies is, of je het nodig hebt en hoe je er geheugenruimte aan kan toewijzen.

De pagefile, in het Nederlands aangeduid als wisselbestand, is geheugenruimte die op je Windowssysteem opzij is gezet om twee redenen. Als je RAM volloopt, dan kan Windows de minst gebruikte data naar de pagefile verplaatsen om te voorkomen dat je computer blijft hangen. Daarnaast is het wisselbestand ook een soort zwarte doos van je pc: hier laat het besturingssysteem foutgegevens achter in geval van een crash, zodat je nadien nauwkeurig kan uitpluizen wat er mis is gelopen. De pagefile is dus nuttig, maar kan ook heel wat plaats innemen en het is net als je andere computergeheugen onderhevig aan fragmentering. Normaal gezien beheert Windows de pagefile automatisch, maar je kan ook zelf beslissen hoeveel geheugen je ervoor reserveert.

STAP 1 / Bepalen of jij een pagefile nodig hebt

De noodzaak van het opzetten van een wisselbestand hangt samen met de grootte van je werkgeheugen. Weet je niet meteen hoeveel werkgeheugen op je computer staat, dan vind je het antwoord via het configuratiescherm en het venster Systeem. Als je computer meer dan 8 GB RAM beschikbaar heeft om op te draaien, dan is het minder urgent dat er een pagefile aanwezig is. Wil je dat wel, dan is een kleine voorraad van 1 of 2 GB voldoende. Vind je het niet belangrijk dat je gedetailleerde crashgegevens kan opslaan, dan mag je het wisselbestand gerust laten vallen en die geheugenruimte vrijmaken. Tussen de 4 en de 8 GB RAM ben je gesteld als je 5 GB extra voor je pagefile opzij zet. Onder de 4 GB RAM zou je 1,5 tot 2 keer zoveel geheugen als je RAM hebt aan de pagefile moeten toekennen, om het op veilig te spelen. 

 

STAP 2 / Locatie

Om aan het wisselbestand te sleutelen, moet je de systeemeigenschappen aanpassen. Je roept het juiste venster snel op via het Uitvoerenschermpje dat je door de sneltoets WIN+R kan doen verschijnen. Hier typ je sysdm.cpl in. Ga naar de tab Geavanceerd in het venster dat je krijgt. Vervolgens klik je op Instellingen in het onderdeel prestaties. Ook hier ga je weer naar Geavanceerd. Om bij de pagefile te komen, moet je het virtuele geheugen aanpassen, druk bij dat gedeelte dus op wijzigen.

 

STAP 3 / Virtuele geheugen aanpassen

We zijn eindelijk op de plaats beland waar we aan de pagefile kunnen klussen. Om van start te gaan, moet je eerst het vinkje verwijderen dat voor Wisselbestandsgrootte voor alle stations automatisch beheren staat. Je kan voor verschillende drives een apart wisselbestand aanmaken, maar doorgaans is het genoeg als je dat maar voor eentje doet. Selecteer een station en je kan drie opties kiezen: Aangepaste grootte, Door het systeem beheerd, of Geen wisselbestand. Wil je zelf de geheugenruimte bepalen, dan is de maximale toegelaten grootte van belang, de minimale kan je gewoon op 16 MB zetten, zoals Windows standaard doet. In de eerste stap van deze workshop vind je de nodige richtlijnen terug over hoeveel plaats je ongeveer zou moeten voorzien.