Eenmaal OneDrive geconfigureerd is, is het erg moeilijk de opslaglocatie nog te wijzigen. Hierdoor staat de OneDrive-map bij veel gebruikers op de standaardlocatie, wat tot onvoorziene problemen kan leiden.

OneDrive staat standaard geïnstalleerd op Windows 10 en zolang je niet inlogt in het programma, vormt dit geen enkel probleem. Wanneer je dit echter wel doet, zal OneDrive automatisch beginnen met het synchroniseren van de bestanden naar de standaardlocatie. Deze map bevindt zich in de root van je gebruikersmap, waardoor je het risico loopt dat je systeemschijf vol geraakt. Je hebt er dan ook alle baat bij de map te verplaatsen naar een meer geschikte locatie.

STAP 1 / Instellingen

Allereerst zal je het synchroniseren van de bestanden moeten stopzetten. Dit doe je door met je rechtermuisknop op het OneDrive-icoon in de taakbalk te klikken en voor Instellingen te kiezen. Een menu zal zich openen waarin je voor OneDrive ontkoppelen kan kiezen. Wanneer je hier op klikt, zal OneDrive tijdelijk losgekoppeld zijn van je Windows-account en zullen je bestanden niet langer gesynchroniseerd worden. 

 

STAP 2 / Verplaatsen

Nu je systeemschijf niet meer volgepompt wordt met bestanden, kan je de OneDrive-map verplaatsen. Zoek de map in de rootfolder van je computer en verplaats deze volledig naar een locatie van jouw keuze. Wanneer je weer inlogt in OneDrive, zal er aan je gevraagd worden waar je de OneDrive-bestanden wilt opslaan. OneDrive zal hiervoor automatisch de root van je gebruikersmap willen kiezen. Door op Wijzigen te klikken kan je echter vrij kiezen waar de opslaglocatie zich moet bevinden.