Met subtiele digitale cosmetica geef je een doodgewone foto heel wat meer glamour.

Heel wat fotobewerkingspakketten beschikken over zogenaamde ‘slimme’ tools zoals een digitale Tandborstel, een Wenkbrauwenstift, een Afslanker enzovoort. Ook het pakket dat ik in deze workshop gebruik, Photoshop Elements 11, heeft zo’n éénknopsoplossingen. Maar wie van deze toverformules houdt heeft pech, want ik raak ze in deze workshop niet aan. Ik wil je immers technieken laten begrijpen, zodat je ze achteraf kan toepassen met om het even welk programma. Deze technieken zijn niet moeilijk en werken veel nauwkeuriger dan die kant-en-klare wondermiddeltjes. Tenslotte hangt het resultaat van die éénknopstools vaak af van de resolutie van de foto, en daarom kies ik liever voor een aanpak waarbij je weet wat je doet.

STAP 1 / Basiscorrectie

Het heeft geen zin om met de verfijnde portretcorrecties te starten voordat de helderheid en de kleur op punt staan. De helderheid corrigeer je met de Niveaus. In Photoshop en Photoshop Elements haal je die Niveaus boven met Ctrl+L (van Levels) of Verbeteren, Belichting aanpassen, Niveaus. In een grafiek, een soort berglandschap, zie je hoe donkere en lichte beeldpuntjes verdeeld zijn. Heeft de foto te weinig contrast, dan sleep je het zwarte driehoekje dat links staat naar de voet van de berg. Hetzelfde doe je met het witte driehoekje dat rechts staat. Je zal zien dat dit het contrast ten goede komt en een eventuele kleurzweem wegneemt. Met Ctrl+U of Verbeteren, Kleur aanpassen, Kleurtoon/verzadiging aanpassen kom je in een venster met drie schuifregelaars. De meeste foto’s worden beter wanneer je de kleurverzadiging iets opdrijft door het schuifje Verzadiging een beetje naar rechts te bewegen.

 

STAP 2 / Compositie

Portretten zien er meestal het beste uit wanneer ze op ooghoogte genomen werden. Daar kan je in de nabewerking nog weinig aan verhelpen, maar de compositie kan je wel flink verbeteren. Een klassieke fout is dat er te veel ruimte is boven het hoofd. Dat kan je oplossen door de foto anders uit te snijden. Het is zelfs zo dat professionele fotografen er geen graten in zien om hun model te scalperen. Probeer zelf met het gereedschap Uitsnijden wat het resultaat is wanneer je een stukje van de bovenkant van het hoofd, de zijkant van de armen of de schouders wegsnijdt. De blik van het model gaat veel sterker inwerken. Wat je absoluut niet mag doen, is wegsnijden aan de onderkant van het gelaat. Foto’s waar een stuk kin ontbreekt, geven een onprettig gevoel.

 

STAP 3 / Achtergrond

De regel voor achtergronden blijft ‘minder is meer’. Kies als het kan een achtergrond met zo weinig mogelijk afleidende elementen. Een fles, een voorbijganger, een opvallend schilderij, … stuk voor stuk leiden ze de aandacht af van wat je met het portret wil brengen. Daarom is het een goed idee om de achtergrond te vervagen en het personage op de voorgrond scherp te houden. In plaats van het personage en alle lastige haarpuntjes te selecteren en daarna de achtergrond te vervagen, gebruik je veel beter de techniek van een masker. Open het deelvenster Lagen en dupliceer de eerste laag, de achtergrondlaag, met Ctrl+J (Mac OS: Cmd+J). Daarna maak je deze nieuwe laag vaag via Filter, Vervagen, Gaussiaans vervagen. Let niet op het personage maar op de achtergrond, en verplaats het schuifje naar rechts tot alles vaag genoeg is.

 

STAP 4 / Laagmasker

Op dit moment lijkt de hele foto vaag. Dat los je snel op met een masker. Kies Laag, Laagmasker, Alles verbergen. Hierdoor wordt de volledige foto plots weer helemaal scherp. In het deelvenster Lagen merk je hoe er naast de bovenste laag een zwart vlak verschenen is. Dat is het masker. Dit masker verbergt de inhoud van deze bovenste laag, en die was vaag. Wanneer je met een breed wit penseel op deze laag ‘schildert’, wordt dit masker op die plaats opgeheven. Op die manier ga je met wit selectief over de zones die terug vaag zullen worden. Door eerst een breed penseel te gebruiken en daarna een fijner voor de details, kan je snel en nauwkeurig werken. Eventuele uitschuivers met wit corrigeer je met zwart. Om snel te wisselen tussen wit en zwart druk je op de X-toets. Ben je klaar, dan voeg je de lagen samen met Laag, Eén laag maken.

 

STAP 5 / Ogen verscherpen

Om een vrouw ogen te geven waarin elke man verdrinkt, gebruik ik al jaren de combinatie van verscherpen en een oude indianentruc. Dat gaat als volgt. Eerst selecteer je met de lasso ruwweg één oog. Je drukt op de Shift-toets om de selectie uit te breiden en je selecteert op dezelfde manier het andere oog en de wimpers. Vervolgens zorg je dat de selectie een zachte overgang heeft, via Selecteren, Doezelaar. Zet de doezelstraal op 5 pixels. Dan gebruik je de filter Onscherp masker. In oudere edities van Photoshop en Photoshop Elements staat deze filter onder Filters, Verscherpen; in de nieuwe versie vind je hem onder het menu Verbeteren. Zet de schuifregelaar Hoeveel tussen 50 en 70% en beoordeel het resultaat.

 

STAP 6 / Grotere ogen

Hier is nog zo’n dertig-seconden-mirakel om ogen sprekender te maken. Vergroot de ogen een klein beetje, zonder dat het opvalt. Daarnet heb je de ogen geselecteerd om ze scherper te maken. Zorg nu dat er niets geselecteerd is of druk op Ctrl+D (Mac OS: Cmd+D). Gebruik de filter Uitvloeien (in het Engels Liquify) door bij Filter, Vervormen de opdracht Uitvloeien te zoeken. In dit venster selecteer je Zwellen, het zesde gereedschap beginnend van linksboven. Kies een penseelgrootte die net iets groter is dan de ogen. Daarmee klik je twee of drie keer op ieder oog, zodat dit groter wordt. Heb je overdreven, dan klik je op de knop Vorige versie. Ben je tevreden, dan bevestig je met OK.

 

STAP 7 / Pukkels & rimpels

Om pukkeltjes en rimpels perfect weg te werken, heeft Photoshop (Elements) een speciale tool in de gereedschapsbalk, het Snel retoucheerpenseel. In de optiebalk zorg je dat de penseelgrootte een klein beetje groter is dan de pukkel of de breedte van de rimpel. Daarna strijk je met deze tool over het element dat je wil verwijderen. In eerste instantie verschijnt er een donkere markering. Maar wanneer je de muisknop loslaat, is die markering verdwenen, samen met het storende element.

 

STAP 8 / Tanden en lippen

Met de lasso selecteer je de tanden. Dat hoeft niet tot op de millimeter precies te gebeuren. Maak de selectie zachter om te vermijden dat je straks een harde overgang krijgt. Dat doe je met de doezelaar. Kies Selecteren, Bewerken, Doezelaar (Feather). Vervolgens open je weer de Niveaus van deze selectie met Ctrl+L. In het venster Niveaus beweeg je het rechterdriehoekje naar rechts, tot de tanden sneeuwwit zijn. Overdrijf niet, en vermijd dat het gebit op een rij witte pianotoetsen lijkt. Tenslotte zoom je in op de lippen en gebruik je het gereedschap Spons. Kies in de optiebalk de modus Verzadigen, maar zet de sterkte niet hoger dan 20%. Met de spons verhoog je de verzadiging van de lippen.

 

STAP 9 / Vignet

Ten slotte kan je door middel van een vignet voor een mooie afwerking zorgen. Vignettering is de verkleuring van de randen en de hoeken van de foto. Oorspronkelijk was vignettering (of lichtafval) een fout, veroorzaakt door een te lange of foute zonnekap. Toch geeft een vignet een erg intiem effect. Ga naar Filter, Cameravervorming corrigeren. In dit venster zie je het vakje Vignet staan. Met de regelaar Mate kan je een donkere of lichte randverkleuring instellen en met de regelaar Middelpunt regel je de straal van de verkleuring.