Een computer van 30 euro die overweg kan met spelletjes, tekst, internet en films in HD? Het klinkt als een louche deal, maar toch kan het. De Raspberry Pi is een rasechte minicomputer die amper groter is dan een visitekaartje, geen behuizing heeft en eigenlijk specifiek geproduceerd werd voor ontwikkelaars en scholen. Omdat 30 euro wel heel goedkoop is, werden heel veel mensen nieuwsgierig. Ook wij waren meer dan benieuwd.

De Raspberry Pi is een heel kleine printplaat, maar staat wel bomvol aansluitingen. We sommen ze even op: cinch, HDMI, micro-USB, 2x USB, RJ45, 3,5 mm jack en een SD-kaartslot. Sterk hoe ze dat allemaal hebben kunnen realiseren op zo’n kleine oppervlakte. Op hardwarevlak is de Pi vanzelfsprekend geen krachtpatser, maar dat mag je ook niet verwachten met zo’n prijskaartje. Aan boord vinden we een ARM11-processor van 700 MHz, een beetje vergelijkbaar met de processors die je in de huidige goedkope smartphones kunt terugvinden. Niet heel erg snel dus. Op diezelfde chip zit met de Broadcom VideoCore IV trouwens wel een verrassend sterke grafische kaart. Beide worden voorzien van een gedeelde 256 MB RAM.

Om de Pi van voeding te voorzien, moet je een micro-USB-kabel in een USB-lader of de USB-aansluiting van je computer steken. Op het printplaatje geven enkele leds de status van de Pi aan. Bij onze allereerste poging gebeurde er helemaal niets. Er moet immers een SD-kaart worden gebruikt waarop een besturingssysteem en een BIOS staat, anders geeft de Pi geen kik. Op de website van de ontwikkelaars vinden we Debian terug, een Linux-OS dat is aangepast voor de Pi.
Het opstarten duurt amper 13 seconden, met nog eens 7 seconden laadtijd extra voor de computer volledig bruikbaar is. Mooie resultaten, maar dat is wel de enige snelle actie die de Raspberry Pi in huis heeft. Elke handeling binnen Debian vraagt namelijk een bepaalde uitvoeringstijd. Zo duurt het opstarten van de Midori-webbrowser ongeveer 7 seconden, het laden van ZDnet.be zelfs meer dan 10 seconden. Van zodra je begint te scrollen, wordt het pas echt pijnlijk. Het beeld gaat in schokken en is lang niet goed genoeg voor dagelijks gebruik.

Een basis tekstverwerker duurt nog langer om te laden, maar werkt gelukkig wel vloeiend eens het document actief is. De beperkte 256 MB RAM heeft waarschijnlijk ook een bepaalde invloed in de traagheid van de desktopomgeving. Kun je daar niets tegen doen? Jawel, maar dat verloopt niet zonder risico’s. Bovendien is de snelheidswinst amper voelbaar. Het BIOS van de Pi staat op de SD-kaart weggeschreven in een config.txt-bestand dat je handig kunt aanpassen. Wanneer we de processor van de Pi overklokken van 700 MHz naar 800 MHz, laadt onze testwebsite een seconde sneller, terwijl de webbrowser nog steeds even traag opent. De Pi verder overklokken naar 900 MHz of zelfs 1 GHz is niet zonder risico en zal ook maar lukken bij enkele exemplaren. De liefhebbers die dit graag willen proberen, wachten beter eerst tot de Raspberry Pi iets beter te verkrijgen is, voor ze zich aan zulke experimenten wagen.

Grafisch sterk
Waar blinkt de Raspberry Pi dan wel in uit? Media en games, en dat heeft vooral te maken met de krachtige GPU. Een korte sessie Quake III speelt best vlot, met doorgaans zo’n 30 beelden per seconde. Er zullen in de toekomst ongetwijfeld nog meer klassiekers worden opgevist voor de Pi. Dit doet veel goeds vermoeden over de kracht van de GPU.

De Pi werkt met de mediacentersoftware XBMC. Omdat de Pi hardwarematige versnelling biedt voor 1.080p-video’s (h.264/MPEG4), worden die perfect afgespeeld, zonder merkwaardige haperingen. Dat is bijzonder knap voor een klein printplaatje van amper 30 euro. Let er wel op dat de videokwaliteit niet overdreven hoog ligt. Zo merken we bij een veeleisende scène uit de BBC-documentaire ‘Earth’ duidelijk schokkende beelden op, al hebben zelfs mediaspelers die vijf keer meer kosten hiermee problemen. Hou er wel rekening mee dat je 1.080p-video’s altijd rechtstreeks op een SD-kaart zet, of via het thuisnetwerk over DLNA streamt. Via USB stoot je op een beperkte doorvoersnelheid, met schokkende videobeelden als gevolg.

Omdat de GPU zo sterk is op de Raspberry Pi, heeft die ook het nodige RAM-geheugen nodig. Zowel de CPU als GPU moeten hetzelfde RAM delen, maar je kunt zelf kiezen hoe je het geheugen verdeelt tussen beide componenten. Online vind je kleine programma’s die je helpen om tussen beide RAM-profielen te wisselen. In de desktopomgeving benut de CPU nagenoeg alle 256 MB RAM, maar bij games of films is de verdeling eerder elk de helft. Vergeet zeker niet telkens te wisselen, want als je een webbrowser probeert te openen als de processor maar 128 MB RAM kan raadplegen, heb je een lange wachttijd voor de boeg.

Een ARM-chip verbruikt weinig energie, meteen ook de reden waarom ze massaal voor smartphones gebruikt worden. De Raspberry Pi verbruikt gemiddeld maar drie watt, een peulenschil vergeleken met wat laptops en zeker desktops aan energie verstoken. Net door zijn bijzonder lage verbruik zullen er op het internet nog veel gekke projecten verschijnen, waarin de Pi zal worden ingeschakeld.

De Raspberry Pi is met andere woorden een klein mirakel, maar tegelijk roept het een hoop frustraties op. Als volwaardige computer is hij bruikbaar, maar hij kan zeker niet als vervanger van de huidige generatie computers gezien worden. De zwakke 700 MHz-processor en de 256 MB RAM zijn hier zonder meer de boosdoeners. Hoe vervelend die componenten ook zijn, de videoprestaties maken ons wel meer dan gelukkig. Het is indrukwekkend dat zo’n klein toestel 1.080p-videobestanden perfect vloeiend kan afspelen en ook nog eens 5.1 surroundgeluid voorziet. De Raspberry Pi heeft dus heel wat potentieel, maar heeft om dat waar te maken softwareontwikkelaars nodig die de kracht van de Pi moeten aanboren. De huidige software is nog heel beperkt en er zijn nog heel wat aanpassingen nodig om echt te kunnen schitteren. Toch zijn we er vrij gerust in: het beste moet nog komen voor de Raspberry Pi.