Intro

Een zonnige dag, een tuintje met schaduw en de zoete geur van bloemen in de lucht … een mens mag al eens dromen. Of misschien zou ik beter in het echte leven werk maken van mijn persoonlijke oase in de stad.

De eerste stap naar de ideale tuin? Alles uittekenen. Ben je geen held met potlood en papier, dan kan je het op de pc proberen. Met Garden Planner sleep je gewoon plantjes, bomen, hekjes en meer van dat leuks naar je virtuele tuin.

STAP 1: Het grondwerk

Je vindt Garden Planner op www.smallblueprinter.com/garden. De tuinontwerpsoftware kost 24 dollar, maar je mag hem vijftien dagen gratis testen. Alle printjes bevatten dan wel een watermerk, maar ach. Het programma draait op Adobe Air, dus dat zal je misschien ook nog moeten downloaden.

Mijn eerste stap is mijn tuin meten. Die is piepklein, met een terrasje dat mooi blijft liggen, en een uit de kluiten gewassen tuinhuis dat ik niet wil afbreken. Dat moet dus allemaal eerst op het plan uitgetekend worden, zodat ik weet waar nog plaats is voor plantjes.

 

STAP 2: Hoe groot is die tuin?

Ik open Garden Planner en begin met de oppervlakte van de tuin. Rechts beneden zet ik mijn ruitjespapier in meters (METRIC). In het menu bovenaan ga ik naar SETTINGS en GRID SETTINGS. Daar tik ik de afmetingen van mijn tuin in. Het ruitjespapier krimpt meteen naar ‘ontiegelijk klein’. Rechts beneden kan ik gelukkig inzoomen.

Nu kan ik mijn design beginnen toevoegen. Ik begin bij het terrasje. Bij OBJECTS in de linkerbalk klik ik op het dropdownmenu en kies ik voor PAVING & PONDS. Daar staan onder meer de tegels. Ik kies de klinkers die het meest op de mijne lijken, en zet ze met een klik op mijn ontwerp. Selecteer de tegels nog eens, en je kan met de blauwe en groene punten de vorm van het tegeloppervlak veranderen.

 

STAP 3: Grasveld aanleggen

De knoppen in de balk bovenaan, RESIZE, ROTATE en MOVE, geven je iets meer controle over wat je exact met het object aan het doen bent. Ik leg op die manier ook een grasveld aan en poot m’n tuinhuis neer. Dat  tuinhuis vind ik bij BUILDINGS en het gras bij GROUND COVER.

Moeten de afmetingen allemaal wat wetenschappelijker, dan gebruik je het PROPERTIESvenster dat openfloept wanneer je op een voorwerp klikt. Daarin kan je exacte afmetingen ingeven. Om enige realiteitszin door te drukken, ga ik bovendien de kleuren van dat tuinhuis lichtjes aanpassen. Dat doe ik bij COLOUR, in het PROPERTIES-venster. Het dak van mijn tuinhuis is namelijk niet wit, maar eerder roestig grijs.

 

STAP 4: Zeven anjers, zeven rozen

Het aantal planten en accessoires in dit tuinontwerpprogramma is zonder meer indrukwekkend. Van bloemen, kruiden en bomen tot een waslijn en zelfs een televisie. Misschien om van in je tuin naar ‘Groene vingers’ te kijken?

Ik besluit een klassiek achthoekig bloemenperkje te maken en ga daarvoor eerst naar BASIC SHAPES, kwestie van die achthoek klaar te zetten en daar dan de bloemen over te slepen. Garden Planner 3 is redelijk intelligent wanneer het overlappingen tegenkomt. Zo zal het mijn grasveldje automatisch verbergen achter het gebouw als ze elkaar overlappen.

Maar het programma heeft het niet altijd bij het rechte eind. Ik gebruik de knop FRONT in de balk bovenaan om mijn plantjes achter hun perkje uit te halen. Met BACK stuur je een voorwerp naar de achtergrond.

 

STAP 5: Plantjes a-go-go

Plantjestijd. Garden Planner gaat er blijkbaar van uit dat de modale plant meer dan een meter doorsnede heeft, wat ik lichtjes overdreven vind. Om van die enorme kat van meer dan een meter nog maar te zwijgen. Ik zet een struikje en maak het kleiner via PROPERTIES. Nu die dimensies eenmaal kloppen, kan ik meteen gaan dupliceren, via DUPLICATE. Zo hoef ik dezelfde plant geen tien keer te maken.

Eens alles klaarstaat, klik ik bovenaan rechts op PREVIEW om een mooi overzicht te krijgen van mijn ontwerp en het geheel te exporteren als beeldbestand. Bij NOTEBOOK vind ik een boodschappenlijstje met elke plant en elk meubelstuk in m’n tuin. Kan ik meteen groene vingers beginnen kweken.

 

Videotutorial