Intro

Een online fotobewerkingsprogramma kon vroeger alleen lichtgewicht afbeeldingen verwerken. Met Sumo Paint is dat niet het geval. Hier maken we zelfs een montage met afbeeldingen van ieder zes megapixels groot. Sumo Paint ondersteunt zelfs lagen, laagtransparantie en laageffecten.

Het programma houdt het midden tussen een tekenprogramma en een fotobewerker. Je merkt dat aan de vele online voorbeelden. In deze workshop zullen we uitsluitend de mogelijkheden verkennen om foto’s te bewerken.

STAP 1: Word Sumo

Je hoeft niet te registreren in Sumo Paint. Deze webapplicatie blijft helemaal gratis, geregistreerd of niet. Toch zijn er enkele belangrijke voordelen. Met een Sumo-account kan je de werkbestanden met afzonderlijk laaginformatie opslaan op de Sumo-servers.

Dat betekent dat je later rustig kan verder werken aan je project. Je kan je Sumo-account ook als back-up medium gebruiken, zodat je van overal ter wereld over je foto’s beschikt. Bovendien is de Sumo-gemeenschap bijzonder actief. Vragen die je in het forum plaatst, worden heel snel beantwoord.

Leden van deze community wisselen regelmatig werk uit, zodat je kan zien waar anderen met jouw plaatjes toe in staat zijn. Nadat je bent geregistreerd, ontvang je in je mailbox een link naar je persoonlijk Sumo Paint-profiel.

STAP 1: Word Sumo

 

STAP 2: Werkomgeving

In de fotobewerker zelf kan je via het menu FILE op drie manieren afbeeldingen inladen. Met OPEN FROM SUMO ACCOUNT haal je een afbeelding op die je voorheen had opgeslagen op de Sumo-webruimte. Met OPEN FROM MY COMPUTER laad je een afbeelding in die ergens op je harde schijf staat.

Wil je een afbeelding openen die op een webpagina staat, dan klik je eerst met de rechtermuisknop op het desbetreffende webplaatje en je kiest de opdracht AFBEELDINGSLOCATIE KOPIËREN. Op die manier kopieer je het adres van de webfoto. Daarna ga je naar Sumopaint en je kiest FILE, OPEN FROM URL. In dat vak plak je het gekopieerde webadres.

De afbeelding verschijnt in het werkvlak. Links staat de gereedschapsbalk en rechts staan de paletten. Er zijn er vier. In het palet INFO/ZOOM zie je een miniatuur van de foto en volg je het zoompercentage. Daaronder staat de COLOR PICKER om kleuren te selecteren. Nog eentje lager vind je de SWATCHES, of kleurstalen en helemaal onderaan vind je het palet LAYERS.

Wanneer je een bestaande foto opent, heet de oorspronkelijk laag ‘Background’. Je kan inzoomen met CTRL+ en uitzoomen met CTRL-. Wil je de foto schermvullend in beeld brengen, dan kies je voor VIEW, FIT ON SCREEN of je drukt op CTRL0. Om één afbeeldingspixel overeen te laten komen met één schermpixel kies je VIEW, ACTUAL PIXELS. Dat is trouwens de beste scherminstelling om te zien of de afbeelding scherp is.

STAP 2: Werkomgeving

 

STAP 3: Helderheid, kleur, contrast

De compositie van de foto wordt in de meeste gevallen interessanter door de afbeelding uit te snijden. Je gebruikt daartoe het CROP TOOL. Wanneer je met de muisaanwijzer over de verschillende gereedschappen gaat, verschijnt de naam van iedere tool. Er zijn diverse manieren om helderheid en kleur te optimaliseren.

Onder het menu ADJUSTMENTS vind je bijvoorbeeld AUTO LEVELS om de helderheid te corrigeren aan de hand van het witste en zwartste punt in de foto. Maar ook met BRIGHTNESS/CONTRAST kan je de helderheid en het contrast traploos aanpassen. Met COLOR TEMPERATURE krijg je een schuifje om de foto warmer of kouder te maken.

Wil je een afbeelding omzetten in zwart-wit, dan gebruik je de opdracht ADJUSTMENTS, DESATURATE. Wanneer je dat laatste hebt gedaan, kan je met ADJUSTMENTS, HUE/SATURATION de zwart-witafbeelding opnieuw invullen met kleur. Vink in deze regelaar de optie COLORIZE aan. Zoek met de regelaar HUE (kleurtoon) een nieuwe kleur en bepaal met SATURATION (verzadiging) en LIGHTNESS (helderheid) de gewenste kleurinstelling.

Voor wie graag meer geavanceerde correctietools wil, zijn er de functies LEVELS en CURVES. Bij die laatste krijg je een lijn te zien die van links beneden naar rechtsboven loopt. Als je op die curve klikt, verschijnt er een ankerpunt dat je kan verslepen.

Op die manier maak je een zachte S-curve en kan je de lichte waarden iets optrekken en de schaduwen donkerder maken. Een S-curve is een subtiele manier om het contrast tussen licht en donker handmatig te verbeteren.

STAP 3: Helderheid, kleur, contrast

 

STAP 4: Montage

Wanneer je een tweede afbeelding opent, kan je met een selectietool een deel van deze foto kopiëren (EDIT, COPY) en plakken (EDIT, PASTE) bovenop de eerste afbeelding. In het palet Layers zal je zien dat de geplakte afbeelding op een nieuwe laag is aangebracht.

In dit palet kan je zowel de volgorde als de dekking van de lagen wijzigen. Hier hebben we de bovenste laag op 92% ingesteld. Ook de overvloeimodus van iedere laag kan je aanpassen. De overvloeimodus is de manier hoe de twee lagen op elkaar inwerken. We hebben hier de bovenste laag op HARD LIGHT gezet. Daarna kan je nog met een zacht gummetje de randen van de opgeplakte afbeelding weggummen.

STAP 4: Montage