Ruwweg onderscheiden we twee methodes om je fotocollectie georganiseerd te krijgen: de tagmethode en de mapmethode.

Intro

Ruwweg onderscheiden we twee methodes om je fotocollectie georganiseerd te krijgen: de tagmethode en de mapmethode. Die laatste is de klassieke aanpak, waarbij je fotosets in afzonderlijke mappen onderbrengt en elke (sub)map een duidelijke naam meegeeft. De locatie van je foto’s is dus belangrijk.

Bij de tagmethode maakt het niet zoveel uit waar op de schijf je foto’s staan: je voorziet namelijk elke foto afzonderlijk van een of meer namen (tags), waarna je met gespecialiseerde software – een fotobeheertool dus – de foto’s, op grond van die tags en andere metadata, in virtuele mappen (vaak ook albums genoemd) onderbrengt.

Het mag duidelijk zijn: de tagmethode is het meest arbeidsintensief, hoewel een degelijke tool dat tagwerk grotendeels automatiseert. In dit artikel geven we je tips en tools voor beide mee, maar weet alvast wel: de twee methodes zijn complementair en kan je dus samen gebruiken (als je daar tijd voor hebt).

STAP 1: Selectie doorvoeren

We beginnen met een meer algemene tip. Het heeft weinig zin je fotoarchief te laten aangroeien met exemplaren die je zelf niet echt geslaagd vindt. Je doet er dus goed aan zo snel mogelijk ongewenste foto’s te verwijderen – lukt dat niet op het toestel zelf, doe het dan toch kort na het overhevelen naar de harde schijf.

Dat doe je best manueel, waarbij je elke foto met het blote oog op zijn merites beoordeelt. Een alternatief is dat je zulke foto’s in een aparte ‘verzameling’ onderbrengt – in een afzonderlijke map op je schijf stopt, dus – tot je de tijd vindt om ze met je favoriete beeldbewerker bij te spijkeren. Het is namelijk niet uitgesloten dat je bijvoorbeeld onderbelichte foto’s of exemplaren met een kleurenzweem alsnog kan optimaliseren.

Een aantal foto(beheer)tools, waaronder Photoshop Elements (gratis proefversie op www.adobe.com/nl; circa 1GB), kunnen je tot op zekere hoogte bijstaan bij dat selectieproces, gezien ze foto’s automatisch op allerlei (kwaliteits)criteria kunnen taggen. Zo kan je ze snel in aparte albums onderbrengen.

STAP 1: Selectie doorvoeren

 

STAP 2: Indelen in (fysieke) mappen

Ga je voluit voor de mapmethode, dan is het vooral belangrijk dat je elke submap een betekenisvolle naam geeft en dat je dat op een consistente manier doet. Zo niet, loop je het risico dat je na verloop van tijd met honderden weinigzeggende of gelijkluidende mapnamen zit opgescheept.

Zo’n mapnaam zou er – bijvoorbeeld – als volgt kunnen uitzien: 10-04-bezoekefteling. Dat maakt meteen duidelijk maakt dat die map foto’s bevat die genomen zijn in april 2010 ter gelegenheid van een familie-uitstap naar de Efteling. Door de datum op die manier aan de mapnaam te kleven, krijg je bovendien een automatische sortering volgens tijdstip.

Het grootste nadeel tegenover de tagmethode is dat elke foto slechts aan één map is toegewezen, tenzij je die foto fysiek naar verschillende mappen zou kopiëren, wat niet echt aangewezen is. Het voordeel van de mapmethode dan weer is dat die ‘draagbaar’ is. Je kan foto’s makkelijk naar een andere pc overzetten, en je sorteermethode is niet afhankelijk van bepaalde software.

STAP 2: Indelen in (fysieke) mappen

 

STAP 3: Bestanden hernoemen

Standaard zadelt je camera je fotobestanden op met generieke namen als dsc01425.jpg, dsc01426.jpg enzovoort. Op zich is dat niet zo erg wanneer de foto’s goed zijn getagd zijn, of in herkenbare submappen werden ondergebracht, maar zelfs een massale hernoemingsoperatie hoeft met de juiste tools niet zoveel tijd te kosten.

Een handig en gratis programma daarvoor is Renamer. In een notendop ga je als volgt aan de slag. Start de tool op en verwijs naar de map(pen) met foto’s via de knop ADD FOLDERS. Vervolgens druk je op het knopje ADD. Er verschijnt nu een venster waarin je de criteria voor de hernoeming aangeeft. Kies INSERT en druk daarna op het knopje INSERT META TAG.

Je krijgt nu een indrukwekkende lijst met allerlei metadata te zien, waaronder EXIF_DATE, EXIF_MODEL, IPTC_CAPTION, IPTC_LOCATION, IMAGE_PIXELS enzovoort. Op die manier kan je dus een hele fotoselectie tegelijk hernoemen op basis van metadata die al in je foto’s zitten.

De geselecteerde items verschijnen dan in het veld WHAT, maar je kan daar ook eigen tekens of tekst toevoegen. Bevestig met ADD RULE en ga via de knop PREVIEW na of de hernoeming naar wens is, waarna je bevestigt met RENAME. Je doet er trouwens veiligheidshalve goed aan zulke operaties op een kopie van je originele bestanden uit te voeren.

STAP 3: Bestanden hernoemen

 

STAP 4: Foto’s taggen

We raden je alvast aan zoveel mogelijk bij een en dezelfde fotobeheertool te blijven. Daar bestaan veelzijdige oplossingen voor (onder meer binnen de Adobe-familie), maar er zijn ook meer betaalbare oplossingen als Ulead Photo Explorer 8.5 (circa € 15).

Wij werden echter ook gecharmeerd door gratis tools als Windows Live Photo Gallery en Picasa 3, die beide automatische gezichtherkenning ondersteunen (geef een herkend gezicht een naam en de tool tagt er – als het goed is – alle foto’s mee waarop die persoon voorkomt). Picasa laat je, met wat hulp van Google Maps, bovendien toe je foto’s van geotags (tags met een geografische locatie) te voorzien.

Handig aan Picasa zijn nog de ‘snellabels’: je koppelt veelgebruikte labels aan een knop waarna één druk op die knop volstaat om je fotoselectie met dat label te taggen. Vervolgens is het maar een koud kunstje om met de ingebouwde zoekfunctie naar de gewenste tags te zoeken en de zoekresultaten bijvoorbeeld in een en hetzelfde album – een virtuele map, zeg maar – onder te brengen.

Van daaruit kan je dan snel een diavoorstelling opzetten, de foto’s afdrukken of doormailen enzovoort.

STAP 4: Foto's taggen