Wanneer de netwerkinfrastructuur op punt staat, kan je je aandacht op de pc’s richten. We pakken eerst het XP-toestel aan. Wanneer je op deze pc naar de opdrachtregel gaat, en ping <ip-adres_router> intikt (in ons voorbeeld: ping 192.168.0.254), hoor je dan ook netjes vier antwoorden terug te krijgen.

Geraak je niet op het internet en heb je nochtans de WAN-zijde van de router in orde gebracht, open dan nogmaals het tcp/ip-eigenschappenvenster van je lan-verbinding op je pc. Gezien we op de router de DHCP-server wakker hebben geschud, moet hier de optie AUTOMATISCH EEN IP-ADRES LATEN TOEWIJZEN en normaliter ook AUTOMATISCH EEN DNS-SERVERADRES LATEN TOEWIJZEN aangestipt staan.

Wijzig dat desgevallend en herstart bij voorkeur je pc. Die zou nu netjes in het netwerk moeten hangen en probleemloos op het internet moeten geraken.