Photoshop elements
© iStock

Wil je vooral foto’s bewerken en heb je geen nood aan het zwaardere Photoshop CC? Dan is Photoshop Elements de software die je zoekt. We nemen je mee in de expertmodus van de Editor in Photoshop Elements 2023. In deze workshop maak je kennis met de correctiefuncties en retoucheergereedschappen. Zij zijn bedoeld om foutjes in een afbeelding weg te werken of een scène net iets mooier te maken dan de werkelijkheid. Ook bespreken we diverse opties om beweging aan foto’s toe te voegen.

Corrigeren vs. retoucheren

Corrigeren en retoucheren ligt dicht bij elkaar, maar wat is het verschil? Corrigeren is het herstellen van opnamefouten. Als je jouw fotocollectie doorbladert, kom je vast allerlei foto’s tegen waar iets op aan te merken valt. Vaak is het probleem terug te voeren op slechte lichtomstandigheden of een verkeerde instelling van de camera, resulterend in globale problemen. De foto is te licht of te donker, bevat bewegingsonscherpte of heeft een onbedoelde kleurzweem. Met corrigeren proberen we die fouten te herstellen, met als doel de werkelijkheid zo dicht mogelijk te benaderen. Retoucheren daarentegen is erop en erover. De realiteit is hier het vertrekpunt en vervolgens proberen we de wereld mooier maken dan ie is. Dat doen we onder andere door het wegmoffelen van schoonheidsfoutjes. Dat kunnen letterlijke schoonheidsfoutjes zijn zoals ouderdomsvlekken, rimpels, een iets te dikke taille of een pukkeltje in het gezicht, maar ook fotografische schoonheidsfoutjes zoals een vinger voor de lens, een verdwaald been aan de rand van de foto, een elektriciteitsmast aan de horizon van een landschap, vlekjes en krassen door vuil op de lens, noem maar op.

Bewegingsonscherpte is een van weinige problemen die niet valt te corrigeren.

Automatische correctiefuncties

Hoe bepalen we of een afbeelding correctie nodig heeft? Op de eerste plaats kan je afgaan op je persoonlijke smaak, maar je kan ook kijken naar het histogram. Een kenmerk van dit soort afbeeldingen is namelijk dat zij het toonbereik niet volledig of onevenwichtig benutten. Als de basis van de grafiek zich niet over de volle breedte van de ruimte uitstrekt, zal een automatische correctiefunctie de informatie herverdelen, waarbij de volledige ruimte wel benut wordt. Misschien vraag je je af waarom er meerdere correctiefuncties zijn. Een beetje flauw maar wel een correct antwoord is: omdat het kan. En het kan omdat aan individuele pixels meerdere aspecten kleven, zoals een helderheidswaarde en diverse kleurwaarden. Hierdoor is het mogelijk de totale hoeveelheid informatie op verschillende manieren te herverdelen, waarbij het resultaat net iets anders uitpakt. Dat de verschillen soms gering zijn, heeft enerzijds te maken met het feit dat zij alle technische optimalisatie nastreven, maar ook met de karakteristieken van de afbeelding zelf. Daarom is lastig te voorspellen welke correctie het beste effect geeft en is het vooral een kwestie van uitproberen. Wel kan je ervan uitgaan dat zij in de regel tot een helderder, contrastrijker en kleurrijker beeld leiden. Bijvoorbeeld Autocontrast herverdeelt op grond van algemene helderheidswaarden, Autoniveaus herverdeelt de informatie op een dieper niveau, per kleurkanaal, wat betekent dat de kleurbalans kan mee veranderen. Automatische kleurcorrectie heeft dezelfde aanpak als Autocontrast, maar dan voor kleur: het baseert zich op opgetelde kleurwaarden, niet per kleurkanaal. Slim repareren doet dit wel en levert doorgaans een iets subtieler resultaat. Het gaat volledig verzadigde kleuren uit de weg, verbetert details in de schaduw- en hooglichtgebieden, maar gebruikt niet noodzakelijkerwijs het hele toongebied. Bij sommige automatische functies valt toch nog wat in te stellen. Kies bijvoorbeeld Automatische slimme tint en kies een hoekvoorbeeld of sleep het punt over het raster tot de juiste correctie is bereikt. De voorbeelden worden samengesteld op grond van uw eerdere voorkeuren.

Origineel met histogram.
Histogram na correctie met Autoniveaus.
Eerst gecorrigeerd met Automatische kleurcorrectie, daarna met Helderheid/contrast.
Het origineel.

Handmatig belichting corrigeren

Foto’s die van zichzelf een hoog contrast hebben, vinden niet zo veel baat bij de automatische functies, terwijl er toch iets mis kan zijn met de belichting. Daarom vinden we in het menu Verbeteren, Belichting aanpassen drie handmatige correcties.

Helderheid/contrast

De oudste van alle correctiefuncties is Helderheid/ contrast; deze zat al in versie 1 van Photoshop. Met de schuifbalk Helderheid is het alsof je een lamp feller laat branden; het totale beeld wordt helderder, maar daardoor lopen lichte gebieden het risico dat het witte vlekken worden zonder detail. Niet al te subtiel dus. Met de schuifbalk Contrast maak je het verschil tussen de lichtste en donkerste delen van de foto groter (of kleiner). Een nadeel kan zijn dat je in een-en-dezelfde handeling lichte gebieden helderder en donkere gebieden donkerder maakt, terwijl je misschien maar een van de twee gebieden wil aanpassen – ook niet al te subtiel dus.

Schaduw/hooglichten

Dit werkt een stuk subtieler en is een soort tegenpool van de contrastregelaar. Hiermee kan je schaduwen juist lichter maken en al doende details in de donkere gebieden naar voren halen en onafhankelijk daarvan lichte gebieden donkerder maken, waardoor meer tekening in bijvoorbeeld een wolkenpartij komt. Dit is een aanmerkelijk genuanceerdere aanpak. Waar je wel voor moet waken is dat het algemene contrast van de afbeelding op niveau blijft, anders dreigt het gevaar van een duffe, saaie uitstraling. Schuifbalk Contrast middentonen kan dit effect enigszins dempen.

Niveaus

Deze functie, ook te activeren met Ctrl+L, is misschien de meest gebruikte handmatige correctie. Hiermee kunnen we drie toongebieden apart behandelen. Door de blokjes onder het histogram te verschuiven, past je het toonbereik aan. Schuif je het zwarte blokje naar binnen, dan worden donkere gebieden donkerder. Schuif je het witte blokje naar binnen, dan worden lichte gebieden helderder. Nu heeft niet iedere afbeelding een dergelijke behandeling nodig. Als er al sprake is van dichtgelopen gebieden heeft dat niet zo veel zin, maar bij een histogram waar detailinformatie vooral in het midden zit en de afbeelding geen 100% wit en zwart bevat (denk aan het silhouet van een vrijstaande berg) is dit een ideale aanpassing. In dat geval is het gebruikelijk om het zwarte en witte blokje zo dicht mogelijk tegen de uiteinden van de informatieverdeling te plaatsen. Hierdoor wordt de lichtinformatie herverdeeld over de volledige bandbreedte, zonder risico op bijknippen.

Voor de afbeelding betekent dit dat deze contrastrijker wordt, zonder dat detail verloren gaat. Met het grijze blokje in het midden kan je de middentonen wat lichter of donkerder maken, zonder hoge lichten en schaduwen negatief te beïnvloeden. Voor afbeeldingen met dichtgelopen gebieden kan je de schuifbalk Uitvoerniveaus gebruiken. Dit werkt min of meer omgekeerd aan Invoerniveaus. Door de blokjes naar binnen te slepen, beperk je het aantal toegestane lichtintensiteitswaarden en dus het contrast. In feite gooi je informatie weg en daarom moet je dit met de nodige terughoudendheid gebruiken. De afbeelding wordt er als het ware een beetje grijzer door en dat kan voor te contrastrijke afbeeldingen best een verbetering zijn. Maar het blijft een noodoplossing; voor de parapluutjes uit de vorige paragraaf is het immers te laat.

Tot slot, in het vak Kanaal kan je een apart kleurkanaal kiezen; bij standaard RGB past je alle drie de kanalen tegelijk aan. Als je slechts één of twee kleurkanalen aanpast, verandert niet alleen de helderheid, maar ook de kleurbalans. Als de onbenutte ruimte vooral in het heldere gebied ligt (rechts), zal het effect het duidelijkst zijn. Als je alle drie de kleurkanalen handmatig aanpast, kom je ongeveer op hetzelfde resultaat uit als de knop Automatisch. De automatische functie benadert de kanalen dus ook apart – en daardoor kan er een verschil in kleurbalans ontstaan (in tegenstelling tot Autocontrast, dat de drie kanalen als eenheid beschouwt). Je moet dan ook niet verbaasd zijn als handmatig RGB aanpassen in Niveaus precies hetzelfde resultaat oplevert als Autocontrast. Met die kennis halen we in feite de legitimiteit van de functie Autocontrast onderuit; je kan immers alles af met het venster Niveaus.

Handmatig gecorrigeerd met Niveaus. In dit geval was meer nabewerking nodig. Het lichter maken brengt namelijk ruis aan het licht. Dit kan worden tegengegaan met ruisonderdrukking (menu Filter).
Door het witpunt naar links te slepen (opdracht Niveaus), wordt de informatie herverdeeld over de lichtere regionen.

Ontdek Photoshop Elements 2023

Deze workshop is ontleend aan het boek Ontdek Photoshop Elements 2023 van André van Woerkom.

Photoshop Elements is een fantastisch programma voor fotobewerking, en biedt hier en daar zelfs meer mogelijkheden dan Adobe Photoshop. Dit kleurrijke boek gaat daar uitgebreid op in, en laat je spelenderwijs ervaren hoe je jouw digitale beeldverzameling beheert, gebruikt, corrigeert, verbetert, bewerkt of vervalst. Aan de hand van talloze speelse voorbeelden laat de auteur u zien hoe u zelf een digitale beeldartiest wordt. En met de voorbeeldbestanden die je kan downloaden, kan je snel aan de slag.

Deze uitgaven van Vanduuren Media is onder andere verkrijgbaar bij Standaard Boekhandel, voor 29,99 euro.