artificiële intelligentie
© iStock

Artificiële intelligentie blijft hét hot topic van technologieland. De snelheid waaraan ChatGPT, het generatieve taalmodel van OpenAI, slimmer wordt, is best akelig te noemen. Is het einde van de menselijke creativiteit in zicht?

Mogelijk herinner je je Clickx 412 nog, het novembernummer van 2022. Op de cover pronkten twee kunstige robothanden, waarvan er eentje een penseel vasthield. Niets bijzonders toch? Wel, het beeld was van de hand van Midjourney, die andere bekende AI-tool. Het prompt moet “AI maakt kunst” zijn geweest, of iets dergelijks. Ook Midjourney is op een jaar tijd drastisch slimmer geworden. In meer concrete scènes, zoals bijvoorbeeld een groepje dansende jongeren in een nachtclub, kon je een jaar geleden al snel de fouten spotten. Lichaamsdelen versmolten met elkaar of die van andere mensen en het aantal vingers aan een hand klopte vaker niet dan wel. Het maakte dat je ook als leek meteen kon zien dat het om een artificieel beeld ging. Maar net daarin schuilt de akelige revolutie. Op sociale media zie ik steeds vaker foto’s voorbijkomen die er spectaculair uitzien, maar niet ‘echt’ zijn. Waarom dat eng is? Ga eens in de reacties kijken: vaak hebben mensen niet door het geen echte foto is of dat het object door AI gemaakt werd. In het geval van natuurfoto’s of beelden van bekende mensen, is dat kwalijk te noemen. Het wordt zo al gauw een vorm van desinformatie. Nochtans: wie goed kijkt, zal de AI-beelden er (voorlopig) nog kunnen uithalen. Vaak zien ze er te perfect uit, met een afgelikte achtergrond en gekunstelde perfectie in de kleurschakeringen, contouren en lichtinval. Beheerders van pagina’s op sociale media of de auteurs van dergelijke posts hebben de plicht om te vermelden dat het om een artificieel beeld gaat, maar dat gebeurt lang niet altijd.

Schrijven robots straks Clickx?

Gelukkig wordt Clickx nog altijd door mensen gemaakt, dat kan ik beamen. We mogen AI ook niet enkel als een bedreiging zien. Want zoals bij elke technologie, liggen er geweldige kansen voor het oprapen. Als redacteur ben ik nog het meest gefascineerd door schrijvende kwaliteiten van ChatGPT. In diezelfde Clickx 412 liet onze redacteur een alinea volledig door ChatGPT schrijven. Wat bleek? Zonder al te veel aanpassingen kon die zomaar onopvallend opgaan in de tekst. En dat was toen. Intussen is het taalmodel van OpenAI nog slimmer geworden. Het geavanceerde taalmodel GPT-3 was het eerste dat in de vorm van ChatGPT beschikbaar gesteld werd voor de gewone surfer. Het was al in staat om hoogkwalitatieve tekst voort te brengen over zowat elk onderwerp. En ook wanneer er door de gebruiker bijgestuurd werd, was de tool goed bij de pinken. GPT-3.5 kan nu nog verfijnder antwoorden, dankzij het zogenaamde reinforcement learning, op basis van continue menselijke feedback. Ondertussen zitten we al aan GPT-4. De nieuwste versie van de AI is bijna niet meer te onderscheiden van menselijke schrijvers of gesprekspartners. In meer dan 90 procent van de tests kunnen analysetools niet zeggen of er een mens achter de tekst schuilgaat. Dat is creepy en cool tegelijk. Voorlopig zit GPT-4 nog achter de betaalmuur van OpenAI en is GPT-3.5 nog beperkt tot de kennis van twee jaar geleden. Maar ook die beperking zal na verloop van tijd opgeheven of opgeschoven worden.

Het nieuwe googelen?

Wordt ChatGPT’en het nieuwe googelen? Dat denk ik wel. Voornamelijk bij complexere zoekopdrachten formuleert de AI razendsnel een pasklaar antwoord op je vraag. Zelf meerdere websites doorzoeken en bronnen met elkaar vergelijken, vraagt veel meer tijd en moeite. Toen ik het eerste middelbaar zat, hadden we thuis nog geen internet. Om een spreekbeurt voor te bereiden moest ik nog naar de stedelijke bibliotheek. Je kan je dus voorstellen dat ik een beetje jaloers ben op ‘de jeugd van tegenwoordig’. Maar, ze moeten er natuurlijk wel op de juiste manier mee omgaan. Zowel in het secundair als hoger onderwijs wordt het gebruik van ChatGPT aangemoedigd. Of althans: ter ondersteuning van het eigen werk. Daarin schuilt het gevaar, want beter leren schrijven is vooral een kwestie van vallen en opstaan. Ik spreek uit mijn eigen ervaring als ik zeg dat ik als jonge kerel het meest geleerd heb door feedback van meer ervaren schrijvers en het opzoeken van taalkwesties. Bovendien is een tekst van ChatGPT technisch gezien geen plagiaat. Wanneer ChatGPT het schrijven te makkelijk maakt, dreigt die ambitie om beter te willen schrijven, te verdwijnen. Daarom hoop ik dat we er met z’n allen niet te gemakzuchtig mee omgaan. Anders dreigt wel degelijk het einde van onze creativiteit.