Cyberpesten wordt in België zwaar onderschat. Uit een VUB-studie blijkt dat minstens één op tien jongeren uit het eerste en tweede middelbaar slachtoffer is. Al geven de onderzoekers aan dat de echte cijfers nog hoger liggen.

Cyberpesten wordt in België zwaar onderschat. Uit een studie van de VUB blijkt dat minstens één op tien jongeren uit het eerste en tweede middelbaar slachtoffer is van cyberpesten. Opvallend is dat zowel daders als slachtoffers de feiten bagatelliseren, terwijl beide partijen gedrags- en emotionele stoornissen vertonen.

Het onderzoek werd uitgevoerd bij ruim duizend jongeren uit de eerste graad van het secundair onderwijs. Net zoals bij traditioneel pesten is er sprake van verbaal misbruik, maar ook van fysieke bedreigingen. Dit gebeurt door het doorsturen van virussen of het hacken van programma’s. Al benadrukken onderzoekers Kathleen Leemans en Timi Goberecht dat de psychologische impact veel groter is bij cyberpesten.

De klok rond
De gevolgen worden meestal onderschat. Toch spreekt het onderzoek van gedragsproblemen, hyperactiviteit, aandachtsproblemen en problemen met leeftijdsgenoten voor wie slachtoffer van cyberpesten wordt. Ook de online anonimiteit geeft pesters meer macht, terwijl ze de klok rond actief kunnen zijn.

Werkelijk aantal veel hoger
De studie zegt dat een kwart van de ondervraagden in het afgelopen schooljaar als slachtoffer, getuige of dader in contact is gekomen met cyberpesten. Eén op tien is slachtoffer, maar dat aantal loopt op tot maar liefst de helft van alle jongeren als de onderzoekers rekening houden met impliciete antwoorden.

Ook de daders en omstaanders nemen pesterijen over het internet of met een gsm vaak niet ernstig genoeg. Zo geeft één op twintig aan zelf te cyberpesten, terwijl dat er afgaande op de gestelde vragen er in werkelijkheid vier op tien zijn. De onderzoekers zijn dan ook van mening dat het probleem goed moet worden aangepakt door de ouders en de scholen.