Hoe beter de dekking van de draadloze router, hoe sneller het netwerk. Daarnaast zorgt een betere dekking ook voor een stabieler signaal. Wie zijn apparatuur op de juiste plaats in huis zet en net dat beetje extra tijd neemt om de instellingen goed te zetten, haalt het maximale uit zijn draadloze netwerk. Dat is vandaag heus niet zo vergezocht. Gemiddeld zijn er tientallen draadloze netwerken actief in de omgeving van je huis of kantoor. De kans dat ze elkaar storen is groot, met onstabiele en/of trage verbindingen tot gevolg.
Om het wifilandschap goed in kaart te brengen, kan je een tooltje als Vistumbler gebruiken. Dat geeft een overzicht van alle draadloze netwerken binnen bereik. Je ziet onder meer de signaalsterkte, de beveiliging en het kanaal waarop de verschillende stations uitzenden. Als te veel stations hetzelfde kanaal gebruiken, dan zitten ze elkaar in de weg. Door in de instellingen van de router het kanaal te veranderen, kan je het signaal eenvoudig verbeteren.

Weg met stoorzenders
Binnen het draadloze bereik van de 2,4 GHz-band is het dringen geblazen. Deze band wordt vervuild door onder meer draadloze telefoons, de magnetron en zelfs haardrogers. Je zorgt best dat tussen de router en de plaatsen waar je het meest het draadloze netwerk gebruikt, geen stoorzenders staan. Daarbij zijn ontvangststations van draadloze telefoons en draadloze videostations de stevigste stoorzenders. Door over te stappen op DECT-telefoons, terug te gaan naar een bedrade telefoon of over te stappen op exclusief met de gsm bellen verhelp je storingen van draadloze telefoons.

Het juiste plekje
De slechtste plaats voor een draadloze router is de meterkast. Op deze plek komen de stroomdraden (en vaak ook alle andere leidingen) bij elkaar. Dat levert een stevige metalen blokkade op voor het draadloze signaal. Door de router te verplaatsen, kan je vaak het signaal verbeteren. En als je toch bezig bent, waarom plaats je het toestel dan niet meteen zo centraal mogelijk in huis? Dan verspil je een deel van de dekking niet door deze de straat op te sturen.
Een draadloze router stuurt zijn signalen rond via antennes. Die genereren een veld dat de vorm van een donut heeft. Andere apparaten moeten zich in dit veld bevinden om het draadloze signaal te kunnen ontvangen. Het komt er dus op aan de antenne goed te richten. Staat hij recht overeind, dan richt je het krachtigste deel van het veld naar opzij en niet naar boven. Goed voor alle toestellen op het gelijkvloers, minder voor die op de verdieping.