De echte ster in ieder lokaal netwerk is de router. Tegelijkertijd zorgt het voor de meeste frustraties voor en na de aankoop. Zeker wie weinig kaas gegeten heeft van netwerktechnologie, kan wat hulp gebruiken. Een router uitkiezen is vandaagbehoorlijk ingewikkeld. Tientallen merken dingen naar je hand met een veelvoud aan producten in uiteenlopende prijsklassen. Op de dozen wordt gegoocheld met indrukwekkende verbindingssnelheden van 300, 450 of zelfs meer megabits per seconde, en termen zoals dual-band, VPN en IPv6. Hoor je het al in Keulen donderen?

Snelheidsaanduidingen
Laten we meteen van wal steken: de draadloze snelheidsaanduidingen die je op de verpakkingen en in de typenummers terugvindt, zijn op zijn zachtst gezegd nogal optimistisch. Een draadloze snelheid van 300, 450 of zelfs 900 Mbit/s is enkel haalbaar in opstellingen en ruimtes die de ideale omgeving simuleren voor draadloze signalen. Staar je daar dus niet blind op. Als je in de praktijk de helft van de geadverteerde snelheid haalt, mag je al blij zijn. Om een zo hoog mogelijke snelheid te halen, moet er aan enkele voorwaarden voldaan worden. De eerste is zo weinig mogelijk interferentie van muren en andere draadloze signalen. De tweede is ervoor zorgen dat de hardware in je computer bij de tijd is. Als de draadloze chip in je computer trager is dan je router, heeft dat uiteraard gevolgen.

Megabits
Even duiden waar die snelheden vandaan komen. De 300 Mbit/s-snelheid bestaat al sinds de komst van de 802.11n-standaard. Die maakte het via MIMO (‘Multiple Input Mulitple Output’) mogelijk om twee datastromen tegelijk te verwerken. Ondertussen is die (theoretische) snelheid opgevoerd naar 450 Mbit/s, door drie datastromen tegelijkertijd te ontvangen en te versturen. De indicatie van 900 Mbit/s is puur wiskundig: de snelheid op 5 GHz (enkel op dual-bandrouters) wordt simpelweg opgeteld bij die van 2,4 GHz, ofwel 450 plus 450 is 900 Mbit/s. Overigens: dergelijke snelheden zijn alleen relevant voor de interne netwerksnelheden. Je zult er dus niet of nauwelijks sneller door gaan surfen, ook al omdat de meeste breedbandlijnen niet meer aankunnen dan 100 Mbit/s.

Dual-band of niet?
Een belangrijke vraag die je je moet stellen, is of je gaat voor een (duurdere) dual-bandrouter of niet. Zo’n router bevat twee radio’s: één voor de veelgebruikte 2,4 GHz-frequentieband, en één voor de 5 GHz-frequentieband. 802.11n, de draadloze netwerkstandaard, werkt over beide frequentiebanden, terwijl 802.11b/g enkel overweg kan met 2,4 GHz. 802.11a op zijn beurt werkt puur voor 5 GHz. Het voordeel van de 2,4 GHz-band is dat vrijwel alle wifi-apparaten (tablets, smartphones en laptops) ermee kunnen connecteren. Dat geldt niet voor de 5 GHz-band. Het voordeel van 5 GHz is dan weer dat deze veel minder drukbezet is dan de 2,4 GHz-band, waardoor verbindingen doorgaans betrouwbaarder zijn en transfersnelheden hoger liggen.

Een dual-bandrouter is met name interessant voor wie thuis veel interferentie ondervindt op 2,4 GHz en veel apparaten heeft die ook op 5 GHz werken. Hou er wel rekening mee dat de 5 GHz-radiosignalen minder ver reiken dan 2,4 GHz. In het algemeen kan je stellen dat wat je via 5 GHz wint aan snelheid en stabiliteit, verliest aan reikwijdte van het netwerk. Bovendien zijn niet alle dual-bandrouters gelijk geschapen. De minste exemplaren ondersteunen maar één frequentieband tegelijkertijd. Wat je moet hebben, is een 'concurrent' of simultane dual-bandrouter. Daarmee kunnen de twee radio's tegelijkertijd actief zijn.