De top van de internetindustrie bevindt zich deze week in Texas. Meerdere bedrijven bevechten er softwarepatenten die "de innovatie van het web in de weg staan".

De rechtszaal in de doorgaans rustige stad Tyler zit nu vol met advocaten die ‘s werelds grootste internetbedrijven vertegenwoordigen. Enkele internetpioniers, onder wie ook de ‘vader van het web’, Tim Berners-Lee, vlogen speciaal over om het gevecht aan te gaan tegen softwarepatenten die volgens sommigen het einde kunnen betekenen van het vrije internet.

Wat?
Michael Doyle, een bioloog uit Chicago, beweert dat hij samen met twee co-uitvinders het ‘interactieve web’ uitvond. Hij patenteerde het toen hij in 1993 bij de universiteit van Californië werkte.

Volgens Doyle is het programma dat hij indertijd schreef het eerste waarmee gebruikers konden interageren met afbeeldingen in een browservenster. Via het programma konden dokters embryo’s bekijken over het toen nog prille wereldwijde web.

De bioloog zegt nu dat de internetbedrijven hem royalty’s moeten betalen voor een reeks moderne webtechnologieën. Doyle beweert dat hij en zijn bedrijf, Eolas Technologies, onder andere onlinevideo, zoeksuggesties en zelfs het roteren van een foto van een trui in een onlinewinkel uitvonden.

Eolas is geen onbekende in het patentenwereldje: in 1999 klaagde het bedrijf Microsoft aan en in 2003 won het de zaak. Microsoft moest toen 521 miljoen dollar betalen, maar die beslissing werd herroepen in hoger beroep. De softwaregigant trof een minnelijke schikking, maar betaalde naar verluidt meer dan honderd miljoen dollar aan Eolas.

Toekomst
De nieuwe Eolas-zaak wordt gesplitst in vier zaken die plaatsvinden in de Texaanse stad Tyler. In de eerste zaak beslist een jury of de patenten geldig zijn of niet. Als de jury beslist dat de patenten geldig zijn, gaat Eolas verder en kan het verschillende grote software- en internetbedrijven op het matje roepen.

De technologiewereld kijkt met grote ogen naar de uitspraak in deze zaak: als Doyle en Eolas hun slag thuis halen, betalen softwarehuizen Eolas miljoenen dollars om het web te mogen gebruiken.