Linux
© Linux

Over Windows en Linux wordt vaak gesproken alsof het twee totaal verschillende werelden zijn. Microsoft beseft echter dat Linux belangrijk blijft en integreerde het besturingssysteem rechtstreeks in Windows. Dat het mogelijk is om twee besturingssystemen op één pc te hebben staan, dat is ondertussen wel al geweten. Microsoft biedt ondertussen ook de mogelijkheid om dat tweede besturingssysteem rechtstreeks ín Windows te installeren. Je hoeft als gebruiker dus niet meer te dual booten om Linux te gebruiken. Met het Windows Subsysteem voor Linux (WSL) hoef je zelfs geen virtuele machine in te stellen: het hele OS draait namelijk gewoon binnen Windows.

Stap 1 / Systeemvereisten controleren

Het Windows Subsysteem voor Linux is beschikbaar voor pc’s met Windows 10 en Windows 11. Windows 11-gebruikers hoeven enkel te controleren of ze voldoende schijfruimte beschikbaar hebben. Zorg ervoor dat je minstens 2 GB aan vrije ruimte hebt: WSL is ongeveer 1,9 GB groot. Windows 10-gebruikers moeten daarnaast ook controleren met wat voor hardware ze werken: WSL werkt enkel op 64-bitsapparaten. Kijk dit na bij de instellingen van je pc, onder ‘systeem’ en daarna ‘over’. Bij ‘Type systeem’ zie je de bitdiepte van het systeem vermeld staan.

Stap 2 / Windows Subsysteem voor Linux installeren

Er zijn meerdere opties Linux op je Windows-pc te installeren. De makkelijkste is om in de Windows Store naar ‘Ubuntu’ te zoeken en daar de meest recente LTS-versie te installeren. We kiezen voor Ubuntu omdat die Windows-apps door Canonical, een betrouwbare bron, onderhouden worden. Een andere (en veiligere) mogelijkheid is om Ubuntu te installeren vanuit de Opdrachtprompt. Druk op de Windows-toets, typ de letters ‘cmd’ in en duw op enter. In de opdrachtprompt typ je `wsl — install` en duw je op enter. Normaal gesproken duurt de installatie niet lang. Na afloop zal wel gevraagd worden om je pc opnieuw op te starten zodat alles afgerond kan worden.

Opdrachtprompt installeer Linux in Windows

Met één simpel commando installeer je Linux in Windows.

Stap 3 / Ubuntu instellen

Eens alles geïnstalleerd is, zal je zelf nog een aantal dingen goed moeten zetten. Zo zal het Ubuntu-besturingssysteem je om een gebruikersnaam en wachtwoord vragen. Deze hoeven niet hetzelfde te zijn als die voor Windows. Bovendien is het een goed idee om het Linux-systeem meteen te updaten met `sudo apt update’ en `sudo apt upgrade -y`. Ongetwijfeld staan er heel wat updates voor je klaar.

Indien alles up-to-date is, laat de pakketmanager dat aan je weten.

Stap 4 / Linux gebruiken

Om volgende keer weer Linux te gebruiken, hoef je in het startmenu van Windows maar naar ‘Ubuntu’ te zoeken en erop te klikken. Van hieruit krijg je toegang tot een Linux-terminal. Heb je nood aan wat meer visuele indicators? Dan kan je vanuit de terminal ook GUI-apps oproepen. Zo kan je de bestandsverkenner Thunar installeren en gebruiken, maar ook andere GUI-apps openen.

Hier ze je bestandsverkenners Ranger (links) en Thunar (rechts).

Ander OS?

Microsoft installeert standaard de meest recente LTS-versie van Ubuntu, maar dit kan je makkelijk zelf aanpassen. Met het commando `wsl –list –online` krijg je zicht op beschikbare Linuxdistro’s. Met het commando ‘wsl –install -d <Naam distributie>` kan je zelf een distributie kiezen. Vul tussen de haakjes de naam van de Linuxdistributie die je wil installeren in – en laat in het uiteindelijke commando de haakjes weg.