Achtergrond

Beeldschermtechnologie: is de toekomst slim en draadloos?

beeldschermtechnologie
© iStock

Displays worden almaar groter, scherper, helderder en responsiever. Waarom zien beelden er plots zoveel beter uit op bepaalde tv’s dankzij ‘AI’? En wat staat ons te wachten over tien jaar?

Maar ondanks die spectaculaire vooruitgang zitten sommige elementen al jaren muurvast. Hoe komt het dat er nog steeds HDMI-kabels rondslingeren in onze woonkamer? Waarom zien beelden er plots zoveel beter uit op bepaalde tv’s dankzij ‘AI’? En waar staat beeldschermtechnologie over tien jaar?

Beeldschermtechnologie en artificiële intelligentie

Moderne displays zien er indrukwekkend uit, maar tegenwoordig ligt dat niet (enkel) meer aan de fysieke eigenschappen van het scherm zelf. In plaats van enkel het paneel te verbeteren, investeren fabrikanten volop in slimme beeldverwerking. Daarbij speelt AI-opschaling een belangrijke rol. De techniek is simpel in theorie: neem een beeld in lage resolutie (zoals een HD-tv-uitzending of een YouTube-video) en schaal dat op naar 4K of zelfs 8K, zonder de wazigheid die je normaal zou verwachten. Dankzij machine learning herkennen algoritmes patronen in beeld: gezichten, tekst, landschappen, … en reconstrueren ze scherpere details dan er origineel waren. Echter, AI doet meer dan alleen opschalen. Het herkent en optimaliseert ook kleur, contrast en beweging. Daardoor lijken beelden realistischer, levendiger en vloeiender. In donkere scènes wordt detail zichtbaar dat anders verloren zou gaan. Merken als Samsung, LG en Sony pakken uit met eigen AI-chips die beelden in real time verbeteren.

Bij Samsung heet dat bijvoorbeeld Neural Quantum Processor 4K of 8K, afhankelijk van het toestel. Die processor gebruikt tientallen neurale netwerken die getraind zijn op miljoenen videobeelden. De chip analyseert elk frame afzonderlijk op inhoud en past opschaling, ruisonderdrukking en kleurcorrectie aan op basis van die analyse. LG gebruikt een soortgelijke aanpak met zijn α9 AI Processor, die eveneens deep learning inzet om content te herkennen en beeld en geluid dynamisch te optimaliseren. Hij kan bijvoorbeeld gezichten detecteren en afzonderlijk verscherpen of de helderheid van scènes aanpassen afhankelijk van het omgevingslicht in de kamer. Ook Sony pakt uit met AI-technologie via zijn Cognitive Processor XR. Die probeert beelden niet alleen technisch te verbeteren, maar ze ook ‘menselijker’ te maken. Dat betekent dat het toestel begrijpt waar mensen naar kijken (zoals ogen of gezichten) en die delen van het scherm extra scherp en gedetailleerd weergeeft. Philips, tot slot, heeft zijn P5 AI Dual Engine, waarbij de nadruk ligt op het herkennen van beeldtypes (sport, natuur, donkere scènes, …) en daar specifieke algoritmes op loslaten. In combinatie met Ambilight zorgt dat voor een meeslepende, maar vaak ook nadrukkelijk bewerkte beeldervaring.

© iStock

AI en ‘soap-opera-effect’

Maar dat roept ook vragen op. Wat je ziet, is niet langer puur de originele video, maar een interpretatie door algoritmes. En dat is meteen ook het grootste kritiekpunt op AI-opschaling en beeldverwerking in het algemeen: het is soms té veel van het goede. Beelden kunnen overdreven verscherpt lijken, met onnatuurlijke randen of een ‘soepelheidsfilter’ die het realisme eerder schaadt dan versterkt. Filmfans klagen dan ook vaak over de zogenaamde soap opera-effect – een onnatuurlijk vloeiende weergave die afbreuk doet aan de originele cinematografische stijl. Bovendien verschilt de AI-aanpak van merk tot merk, en niet elke kijker houdt van dezelfde esthetiek. Wat de ene als haarscherp en modern ervaart, ziet de andere als overdreven digitaal en geforceerd. Gelukkig bieden de meeste merken instellingen waarmee je AI-effecten kunt verminderen of uitschakelen. Maar zelfs dan blijft AI een stille kracht op de achtergrond, die onze kijkervaring mee vormgeeft, vaak zonder dat we het doorhebben. AI-algoritmes werken vaak als een zwarte doos: je weet als gebruiker niet exact wat er aangepast wordt en waarom. Fabrikanten gebruiken gewichtige termen als ‘neuraal netwerk’ of ‘cognitieve processor’, maar geven zelden inzicht in hoe beslissingen genomen worden. Dit gebrek aan transparantie maakt het lastig voor kritische gebruikers om te begrijpen hoe ver het uiteindelijke beeld afwijkt van het origineel. AI werkt goed bij typische content (gezicht, natuur, sport), maar presteert minder bij atypisch beeldmateriaal: denk aan animatie, games met pixel-art, oude zwart-witfilms of experimentele video. Het algoritme probeert dan details toe te voegen of bewegingen te interpreteren die er nooit waren bedoeld, wat leidt tot visuele artefacten, vreemde schaduwen of onnatuurlijke overgangen.

Bij retrocontent (zoals oude series, jaren 80-films of VHS-rips) willen sommige kijkers bewust het korrelige, analoge karakter behouden. AI-opschaling veegt die esthetiek vaak weg ten gunste van scherpte en contrast, wat juist de ‘feel’ van dat oude beeld aantast. Je krijgt dan een modern ogende versie van iets wat bewust niet modern had moeten zijn. AI-verwerking gebeurt bovendien in real time, vaak met aparte chips of co-processors. Dat betekent extra rekenkracht en dus ook een hoger stroomverbruik: niet onbelangrijk in tijden waarin energie-efficiëntie net belangrijker wordt. In draagbare toestellen zoals laptops of draagbare displays kan dat ten koste gaan van batterijduur. Kwalijker wordt het wanneer fabrikanten de tekortkomingen, zoals inferieure panelen of matige signaalkwaliteit van goedkopere toestellen, compenseren met agressieve AI-beeldverbetering. Dat maskeert de gebreken, maar lost ze niet op. Zo kan AI een excuus worden voor fabrikanten om te besparen op paneelkwaliteit, in de hoop dat ‘slimme’ software het wel oplost. Tot slot hechten makers in de filmwereld veel belang aan kleurcorrectie, belichting en montageritme. Als AI daar met eigen filters en aanpassingen overheen walst, gaat de originele artistieke intentie verloren. Daarom pleiten cinefielen en professionals vaak voor een filmmodus die alle AI en nabewerking uitschakelt. Gelukkig is een dergelijke functie nog steeds aanwezig bij de meeste nieuwe tv’s.

Van HDMI en DisplayPort naar draadloos

Terwijl schermen resoluties van 8K aankunnen en beeldtechnologie razendsnel evolueert, blijven de kabels verrassend ouderwets. De meeste toestellen in onze woonkamer, van spelconsoles tot laptops, vertrouwen nog altijd op HDMI of DisplayPort om beeld naar een scherm te sturen. Waarom is dat? Het antwoord ligt in compatibiliteit, stabiliteit en… gemakzucht. HDMI werd in 2002 ontwikkeld als opvolger van analoge standaarden als VGA en SCART. Sindsdien kwamen er nieuwe versies met hogere bandbreedte, ondersteuning voor 4K, HDR en variabele verversingssnelheden. Maar de fysieke poort bleef min of meer dezelfde. Fabrikanten houden vast aan HDMI omdat het universeel werkt. Hetzelfde geldt voor DisplayPort, dat vooral geliefd is bij pc-gamers en grafici. Er zijn alternatieven. USB-C met DisplayPort Alternate Mode kan beeld, stroom én data tegelijk over één kabel sturen. Thunderbolt 4 doet daar nog een schepje bovenop. En er is zelfs draadloze video-overdracht via protocollen als Miracast of WiGig. Toch geraken die opties moeilijk ingeburgerd. Redenen? Inconsistente ondersteuning, hogere kosten en – ironisch genoeg – problemen met stabiliteit.

© iStock

Een HDMI-kabel doet het altijd, zonder instellingen, zonder drivers, zonder gezeur. De toekomst lijkt op lange termijn alsnog draadloos te worden en de HDMI/DisplayPort-discussie zou over tien jaar irrelevant kunnen zijn. Ofwel door de langverwachte komst van een universele standaard (mogelijk via USB-C met volledige AV-support), of doordat draadloze beeldoverdracht eindelijk volwassen wordt. Denk aan Wi-Fi 7 of toekomstige standaarden die zonder vertraging 8K-beelden draadloos naar je tv kunnen sturen. Geen kabels of poorten meer, alleen nog connectiviteit ‘over-the-air’.

Waar staan we over tien jaar?

Als we vooruitblikken naar 2035, dan is het duidelijk dat schermen niet alleen scherper, helderder en sneller zullen worden: ze zullen ook slimmer, energiezuiniger en persoonlijker zijn. De evolutie ziet niet zozeer in een hogere resolutie (we hebben de grens van wat het menselijk oog kan waarnemen bijna bereikt), maar in de manier waarop schermen interageren met hun omgeving en hun kijker. De rol van artificiële intelligentie zal nog verder toenemen, maar op een subtielere manier dan vandaag. In plaats van louter beeldkwaliteit te verbeteren, zullen toekomstige schermen contextueel reageren op wat jij bekijkt. Kijk je bijvoorbeeld naar een actiefilm in fel zonlicht? Dan past het scherm automatisch de helderheid, het contrast en zelfs de kleurtemperatuur aan op basis van je omgeving én je kijkgewoonten. Eye-tracking en biometrie kunnen gebruikt worden om te achterhalen waarop je focust, en daar extra scherpte of kleurverzadiging toe te voegen. AI zal zich aanpassen aan jou, en niet andersom, zo hopen we althans. Daarnaast is de kans groot dat transparante schermen in nichemarkten mainstream worden. Denk aan auto’s, etalages en augmented reality.

© iStock

MicroLED zal naar verwachting oled opvolgen als dé premium beeldtechnologie, met de voordelen van oled (perfect zwart, hoge contrasten), maar zonder inbrandrisico’s of helderheidsbeperkingen. Tegelijk komen oprolbare en vouwbare schermen in het volgende decennium wellicht uit de experimentele fase, wat nieuwe vormen van beeldschermen mogelijk maakt: schermen die verdwijnen in meubels, ramen die veranderen in displays, of een tv die uit het plafond rolt als je hem nodig hebt. Ook energieverbruik zal centraal blijven staan in het ontwerp van toekomstige schermen. Nieuwe materialen (zoals organische quantum dots) kunnen licht efficiënter omzetten, waardoor schermen helderder worden bij een lager verbruik. Tegelijk groeit de druk om schermen recyclebaar en modulair te maken. Panelen die je kan vervangen in plaats van het hele toestel te moeten afvoeren? Het is perfect denkbaar binnen het circulaire denken dat beleidsmakers nu al doorduwen. Tot slot zullen schermen minder als schermen aanvoelen. Mixed reality en holografische projecties worden steeds realistischer. Je tv zal kunnen overgaan in een 3D-beleving waarbij je niet alleen kijkt, maar ook beweegt, kiest en interageert. In plaats van een fysieke afbakening, wordt ‘het scherm’ een dynamische beeldervaring die zich aanpast aan je ruimte en je acties. Het mag duidelijk zijn: de toekomst van schermtechnologie is geen rechte lijn omhoog waarbij alles om de beeldresolutie gaat.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang elke week het beste van Clickx in je mailbox.

Volg Clickx op Google Nieuws om onze nieuwste artikels in je feed te krijgen. Vergeet niet om op ‘Volgen’ te klikken.

Onderwerp: Beeldscherm, Display

Meer relevante berichten

Abonneer op Clickx

Krijg Clickx magazine 10 keer per jaar (waarvan 2 extra dikke dubbelnummers) keurig thuisbezorgd.