Videotex
© Wim Dewijngaert

In Clickx 421 kon je al uitgebreid lezen over de ontstaansgeschiedenis van het Franse Minitel, een soort internet avant la lettre. Wat velen intussen vergeten zijn, is dat in België een vergelijkbaar initiatief liep onder de naam Videotex. Bij ons was het de RTT – het overheidsbedrijf dat instond voor telecommunicatie in ons land – die hierin de eerste stappen zette. In de jaren 90 kwamen een aantal concurrenten op de markt met diensten die meer gericht waren op een groter publiek. En alhoewel RTT Videotex zelf niet meer bestaat, kan je de ervaring nog wel beleven – liefst uiteraard met een retrocomputer en stokoude modem.

ritt
Folder van het eerste experiment van de RTT om Videotex beschikbaar te stellen voor een groter publiek.

Terug in de tijd

De geschiedenis van onze “eigen” Minitel begint al in 1979, wanneer in het RTT-grondstation voor satellietcommunicatie in Lessive door Barco en Bell Telephone demonstraties gehouden worden met het Engelse Viewdata/Prestel-protocol. Hierbij werd gekozen voor de presentatieweergave van teletekst, waardoor kon bespaard worden op ontwikkelingskosten. Via een modem en een computer kon een centrale computer opgebeld worden en werd het mogelijk om diverse databanken te raadplegen. Typisch waren de keuzes die je moest maken in menu’s door een getal in te tikken tussen 0 en 9. Met een sterretje en een nummer, gevolgd door een hekje, kon je rechtstreeks naar een bepaalde pagina springen. Mails stuurde je niet naar e-mailadressen, maar naar abonneenummers. Met zeven kleuren, 40 karakters per regel, 24 regels per pagina, een vaste karakterset en het trage V.23-modemprotocol waren de mogelijkheden erg beperkt, maar voor die tijd voldoende. Toen het project commercieel werd uitgerold door de RTT, zorgde de hoge kostprijs ervoor dat het brede publiek afhaakte. In 1983 moest je tweemaandelijks ruim 2.750 Belgische Frank – zo’n 70 euro – neertellen voor de huur van een modem alleen. Dat was in die tijd veel geld. Daarbovenop kwamen nog de telefoonkosten om de centrale server in Brussel of Antwerpen op te bellen, plus extra kosten per databank die werd geraadpleegd. Voor sommige diensten, zoals Bistel van de Belgische overheid, waren aparte toegangscodes nodig. Technisch gezien werkte RTT Videotex prima. Je kon er een 50-tal informatieleveranciers terugvinden van uitgevers, makelaars en de toeristische sector. Reisbureaus konden er effectief vliegtuigtickets boeken en via de databank van de RTT kon je zonder naar de inlichtingendienst te bellen, opzoeken wie schuilging achter welk telefoonnummer. Ook heel wat vrije radio’s ontvingen via het platform hun nieuwsberichten. In het begin ging dat aan een snelheid van 1200/75 baud – je kon het scherm lijn per lijn zien samengesteld worden – maar in 1993 werd opgeschaald naar 2400/75, wat voor die tijd al behoorlijk snel was. Wie klant was, kreeg een paar keer per jaar een boekje toegestuurd waarin alle diensten werden voorgesteld, samen met een lijst van de andere abonnees met de nummers van hun mailboxen.

Wat was Bistel?

Bistel was de naam van een videotex databank die eind jaren ’80 in het leven werd geroepen door Wilfried Martens. Het systeem diende voornamelijk om berichten uit te wisselen tussen kabinetten. Toen een voormalig medewerker na twee jaar vaststelde dat het paswoord van de eerste minister (“W.M. Wetstraat”) nog steeds ongewijzigd was, kon hij zich toegang verschaffen tot de agenda van de ministerraad, die vervolgens in de krant De Standaard werd gepubliceerd. Hierdoor ging de bal aan het rollen en werd de allereerste rechtszaak wegens ‘hacking’ opgestart in België.

Een hele reeks pagina’s op de teletekst van de Vlaamse omroep werd gereserveerd voor BRTN Infogate. Om vacatures te zoeken via Infogate, moest je je behelpen met de toetsen van je telefoontoestel.

Interactieve teletekst

In tegenstelling tot bij het Franse Minitel werden er nooit terminals weggegeven en er moesten dus andere manieren gevonden worden om een groter publiek te bereiken. Dat deed de RTT onder de noemer ‘interactieve teletekst’, waarbij videotexpagina’s toegankelijk werden gemaakt via een gewoon televisietoestel. De toetsen op je telefoon kon je gebruiken als afstandsbediening. Een eerste experiment in die richting kwam er in 1991 via RiTT (Regionale Interactieve TeleTekst), dat beperkt werd uitgerold in het Antwerpse. In 1995 kwam interactieve teletekst beschikbaar via de Vlaamse openbare omroep onder de naam BRTN Infogate. Je kon daar een selectie raadplegen van het volledige aanbod van RTT Videotex, waaronder de VDAB, het ETB (Electronische TeleboonBoek), het KMI en De Tijd. Ook Infogate werd veel te duur in de markt gezet en uiteindelijk werd de dienst twee jaar later stopgezet, na een meningsverschil met de omroep over de richting waarin het project moest evolueren. Naast het officiële RTT Videotex gingen in de jaren 80 ook diverse hobbyisten aan de slag met het protocol. Het volstond om één of meerdere telefoonlijnen te huren en een server met een aantal modems te installeren om je eigen dienst op te zetten. Dat kon in eerste instantie bijvoorbeeld met MSX-computers, en later ook met IBM-pc’s.

In navolging van de toen populaire op tekst gebaseerde BBS’sen – die nog beperkter waren in hun mogelijkheden – schoten de niet-commerciële Videotexdatabanken als paddenstoelen uit de grond. Veel ‘sysops’ – want zo noemde men de beheerders van de servers toen – boden hun databank aan via een goedkoop lokaal telefoontarief. Door middel van ‘telesoftware’ kon je er vaak programma’s downloaden, net zoals we dat nu doen via het internet. De grootste commerciële concurrent van RTT Videotex werd het in 1986 opgerichte ComNet, dat zowel in België als Nederland actief was en erin slaagde om een groot aantal informatieaanbieders aan zich te binden. Uiteindelijk werd de dienst zo groot dat er zelfs een maandelijks blad werd uitgegeven, de ComNet Krant. Het ‘chatten’ – een nieuw fenomeen – deed zijn intrede en was toen een van de trekpleisters. In Nederland ging de Postbank met ComNet in zee, en werd er voor het eerst aan telebankieren gedaan. De opkomst van het internet zorgde voor een terugloop van het aantal bezoekers. Uiteindelijk werd ComNet verkocht en ging het later failliet. Belgacom trok eind jaren 90 de stekker uit hun Videotex-platform. Van de duizenden pagina’s is zo goed als niets bewaard gebleven.

Link: de elektronische telefoongids op Videotex. Rechts bovenin stond de prijs vermeld van de opgeroepen pagina. Rechts: de inlogpagina van ComNet België. Had je geen codes, dan kon je je als gast aanmelden. ComNet had ook een maandelijks blad, waarin de nieuwe diensten werden voorgesteld.

Teletijdmachine

In tegenstelling tot wat je misschien zou denken, is het vandaag nog altijd mogelijk om een aantal Videotex-databanken te consulteren en zo het verleden weer heel even tot leven te wekken. Een aantal mensen houdt uit nostalgische redenen nog een Videotex-server in de lucht. Helemaal oldschool. De enige vereiste om weer te kunnen inbellen is een oude computer met een modem. Dat kan een pc, een P2000 of een MSX zijn: eigenlijk maakt het niet uit, zolang er maar een Videotex-client op draait en er een V.23-modem kan worden aangesloten. Wie een van de volgende nummers belt, ziet de pagina’s dan weer letter per letter opbouwen, net zoals dat veertig jaar geleden gebeurde. Je hebt mogelijk wel een puls-naar-DTMF-omvormer nodig als je modem echt heel oud is.

TELSTAR

Adres: glasstty.com (poort 6502)

Telefoonnummers modem: +44 1756 664433 / +44 1756 664434

Telstar is een nog bestaande videotexdienst die je zelfs met een modem nog kan opbellen.

GATEWAY TO TEEFAX

Adres: teletext.matrixnetwork.co.uk (poort 6502)

GATEWAY TO CEEFAX

Adres: teletext.matrixnetwork.co.uk (poort 48065)

NXTEL

Adres: nx.nxtel.org (poort 23280)

CCL4

Adres: fish.ccl4.org (poort 23)

END OF LINE

Adres: endofthelinebbs.com (poort 6502)

Ook wie geen oud materiaal meer op zolder heeft liggen, kan zich nog steeds wentelen in een vleugje nostalgie. Je kan hiervoor de Telstar Viewdata Client downloaden van John Newcombe (https://glasstty.com/telstar-viewdata-client). Deze is beschikbaar voor Mac, Linux en Windows. Gebruik de adressen uit het lijstje om een verbinding tot stand te brengen. De piepgeluidjes van de modem – en de torenhoge telefoonrekening die vaak achteraf volgde – moet je er dan zelf wel bij denken.


Door Wim Dewijngaert