802.11x

Elke router of toestel dat via draadloos internet verbonden kan worden, werkt met dit wifi-protocol. De letter op het einde van de standaard geeft aan hoe oud de gebruikte technologie is en vormt een indicatie voor de snelheid van je verbinding. 802.11a, b en g zijn ondertussen sterk verouderd. De 802.11ac-standaard uit 2014 begint stilaan de fakkel van 802.11n over te nemen en ook in het budgetvriendelijk segment van routers op te duiken. Dit jaar verschenen tevens de eerste 802.11ad-toestellen op de markt die 802.11ac onttronen als snelste protocol.

Coax vs. FTTH vs. VDSL2

De manier waarop je internet thuis aankomt, heeft een invloed op de maximumcapaciteit van je netwerk. De twee meest gebruikte technieken in België zijn VDSL2 en de kabel (coax). Ruwweg kan je stellen dat (coax)kabel een grotere maximumsnelheid heeft dan VDSL2, Fiber-to-the-Home (FTTH) is op zijn beurt weer een stuk sneller dan de kabel. Zowel Proximus als Telenet experimenteren met de glasvezelkabels van FTTH, maar tot nu toe liggen de kosten om een uitgebreid FTTH-netwerk uit te rollen te hoog om dit rendabel te maken. Telenet maakt momenteel wel al gebruik van glasvezelkabels, maar alleen tot aan de schakelkast in je buurt.

glasvezel

DHCP

DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) is een netwerkprotocol dat ervoor zorgt dat toestellen op eenzelfde netwerk met elkaar kunnen communiceren. Wanneer je DHCP activeert, deelt dit automatisch een IP-adres uit. Voor apparaten, zoals bijvoorbeeld een NAS, schakel je DHCP best uit om een eigen IP-adres te kiezen. Op die manier ken je altijd het IP-adres van dat apparaat. Heb je weinig kaas gegeten van thuisnetwerken? Dan schakel je DHCP best in.

DLNA/uPnP

DLNA of Digital Living Network Alliance is in het leven geroepen als universeel protocol om mediabestanden te delen. Dankzij DLNA kunnen je mediaspeler, smartphone, tablet, tv of computer handig met elkaar verbonden worden, draadloos of bekabeld, om mediabestanden uit te wisselen. Koop je een losse mediaspeler of een nieuwe televisie, let dan op het DLNA-logo om er zeker van te zijn dat je van deze voordelen kan genieten. In technische kringen of in menu’s van netwerkapparaten wordt DLNA ook wel eens uPnP (Universal Plug and Play) genoemd, wat in wezen hetzelfde is.

Dual-band en Tri-band

Dual-band signaleert dat je router twee frequenties ondersteunt: 2,4 GHz en 5 GHz. Door de groeiende populariteit van klassieke routers op 2,4 GHz geraakt die frequentie stilaan overbevolkt. Hoe meer routers op 2,4 GHz in de buurt, hoe slechter de snelheid en reikwijdte. 5 GHz zorgt voor ademruimte, al kan je deze enkel gebruiken als je gekoppelde toestel de frequentie ook ondersteunt. Één nadeel: door de hogere frequentie is de kans groot dat het bereik kleiner is dan op 2,4 GHz. Bij Tri-band geniet je van een extra 5 GHz-kanaal, maar dat vereist ook een speciale Tri-band-ontvanger, die voorlopig nog peperduur is.

router

IP-adres

Thuis heb je twee belangrijke soorten IP-adressen of internetadressen: eentje van je provider en de adressen van de toestellen in je thuisnetwerk. Van je provider krijg je een dynamisch IP-adres dat regelmatig verandert. De eigen netwerk IP-adressen worden bepaald door je router. Een typisch IP-adres bestaat uit vier getallen, van elkaar gescheiden met een punt. Bijvoorbeeld: 192.168.1.121.

MAC-adres

Elk netwerkapparaat (smartphone, tablet, spelconsole, mediaspeler, …) heeft een unieke identiteit, een MAC-adres. Dit adres wordt bekendgemaakt bij elke router of hotspot waarmee je verbinding maakt. Wanneer bepaalde toestellen niet in een netwerk geregistreerd mogen worden, worden ook de bijhorende MAC-adressen geblokkeerd. Het MAC-adres vind je in de instellingen van je toestel.

mac

Mbps vs MBps

Wanneer je een router koopt en je 300 Mbps (megabits per seconde) op de doos ziet staan, dan duidt dit de theoretisch maximale WiFi-snelheid aan van het toestel. Providers rekenen meestal echter in MB (megabytes) per seconde, in plaats van Megabits, wat verwarring kan zaaien. Om van Mbps naar MBps te gaan, moet je het getal delen door acht. 300 Mbps staat dus voor 37,5 MB/s.

Modem

Je hebt thuis geen internet zonder een modem. Elke provider levert er eentje bij de installatie, soms gecombineerd met een ingebouwde WiFi-router. Een modem is dus niet hetzelfde als een router, maar kan er wel een bevatten. Een kabelmodem moet je provider altijd leveren, die kan je niet los aanschaffen. Een VDSL-modem daarentegen kan je gewoon in de winkel kopen, in combinatie met een WiFi-router.

NAS

Een NAS (Network Attached Storage) is in feite een klassieke externe harde schijf, maar dan eentje die je rechtstreeks aan je netwerk koppelt. Dit heeft als voordeel dat iedereen op datzelfde netwerk aan alle bestanden kan, in tegenstelling tot een lokale harde schijf. Al naargelang je budget kan je een NAS aanschaffen met twee tot acht en zelfs meer harde schijven, voor jouw steeds aangroeiende mediabibliotheken en back-upmogelijkheden. Een NAS staat altijd stand-by, waardoor je bestanden altijd paraat staan.

NAS

QoS

QoS (Quality of Service) is een extra functie die je terugvindt in duurdere WiFi-routers. Hiermee kan je in een thuisnetwerk doorgeven welke toestellen prioriteit genieten en die toestellen daardoor extra snelheid geven. Zo kan je bijvoorbeeld prioriteit geven aan je mediaspeler omdat je zware HD-films streamt naar je televisie, of aan je computer omdat je online aan het gamen bent. QoS kan je in de router toepassen per apparaat.

SSID

Een SSID (Service Set Identifier) is de netwerknaam van je wifi-router. Deze naam verschijnt op je smartphone, tablet of laptop wanneer je naar een draadloos netwerk zoekt. Een SSID van een router is standaard altijd ingevuld door de fabrikant, maar je kan die naar eigen keuze aanpassen. Je kan zo’n SSID zelfs onzichtbaar maken, zodat niemand op je draadloze netwerk kan inloggen, tenzij ze de SSID uit het hoofd kennen.

SSID

VPN

Een VPN of Virtual Private Network is een beveiligde netwerkverbinding die je opzet via gespecialiseerde VPN-software. Deze versleutelt en schermt je dataverkeer en surfgedrag af voor mogelijke pottenkijkers. Voor de vaak onveilige publieke hotspots is het aangeraden om via VPN online te gaan, zeker als je met gevoelige gegevens werkt, zoals je rekeningnummer of belangrijke wachtwoorden.

wps

WPA

WPA (WiFi Protected Access), en dan voornamelijk WPA2, is het allerbeste wachtwoordprotocol om je thuisnetwerk te beveiligen. In de instellingen van je router kan je het wachtwoord instellen, net als het beveiligingstype. Hier vind je WPA(2) terug. Een WPA2-wachtwoord bestaat minimum uit een combinatie van acht letters en cijfers, wat het haast onkraakbaar maakt. De meeste routers worden tegenwoordig standaard uit de doos al met een sterk WPA2-wachtwoord geconfigureerd. Vermijd een WEP-wachtwoord, omdat dit via een simpel programmaatje binnen de vijf minuten gekraakt kan worden.

WPS-knop

Tegenwoordig heeft bijna elke router een WPS-knop. Hiermee kan je met een druk op de knop een draadloze verbinding opzetten met een laptop, tablet of smartphone, zonder SSID of wachtwoord. Je activeert WPS op je toestel, wandelt naar de router, drukt daar op de WPS-knop, en je toestel is onmiddellijk verbonden. Extra handig wanneer jouw thuisnetwerk lange, ingewikkelde wachtwoorden heeft. Bovendien hoef je je wachtwoord op die manier niet bekend te maken aan iemand wanneer die op je netwerk wilt. Oudere toestellen kan je nog niet met WPS verbinden, maar tegenwoordig ondersteunen de meeste laptops, tablets en smartphones WPS.