Belgische partijen kunnen nog veel leren van Obama
Sp.a meest interactief, FDF het minst
23 februari 2009 | William Visterin
De Belgische politieke partijen zijn allemaal aanwezig op internet, maar ze zijn daar niet altijd even interactief en innovatief. De SP.A zet de online bezoeker nog het meest centraal, terwijl de FDF het minst interactief en gebruiksvriendelijk is.
Dat blijkt uit onderzoek van het consultancybureau TrendQ, in samenwerking met Smart Business Strategies, naar het web 2.0-gehalte van veertien Belgische politieke partijen en hun jongerenafdeling.
De verscheidenheid op internet is alvast groot. "Sommige politici vind je terug op elk sociaal netwerk, blog en forum, andere helemaal niet", stelt An De Jonghe van TrendQ vast. Hetzelfde fenomeen geldt voor de politieke partijen. "Hoewel de meesten ten minste een minimale aanwezigheid hanteren op dergelijke sites, wordt er hier nog geen integraal communicatiebeleid gehanteerd", zegt De Jonghe.
Opmerkelijk is dat de jongerenafdelingen van de meeste partijen achterop hinken ten opzichte van de moederpartij. "Technisch gezien zijn ze vaak minder vooruitstrevend en er zijn ook weinig links met content die elders op internet wordt gepost, zoals op blogs en sociale netwerken", zo constateert TrendQ.
Geen Obama-effect in België
Toch is er ook goed nieuws te melden: de voorbije veertien maanden hebben verschillende Belgische politieke partijen hun site al een stuk interactiever en 'web 2.0-vriendelijker' gemaakt, met dus meer ruimte voor interactie met de kiezer. Zo hebben SP.A, Open VLD, Lijst Dedecker en MR intussen heel wat interactieve elementen ingebouwd. Terwijl de partijen FDF, Groen, Ecolo en CDH dat nog veel minder of bijna niet doen. CD&V, Vlaams Belang en N-VA vallen tussen deze twee groepen.
Van een zogenaamd Obama-effect is bij ons dus nog geen sprake. De kersverse Amerikaanse president had onder meer zijn eigen sociale netwerk, dat sympathisanten toeliet om lokale groepen te creëren en zo makkelijk fondsen te werven. Obama had ook zijn eigen iPhone-applicatie en was actief op een twintigtal sociale netwerken. Bovendien gebruikte hij Twitter om zijn achterban te laten weten waar hij op dat moment campagne aan het voeren was.
Hieronder vind je alvast het volledige rapport van TrendQ.
bron: Smart Business Strategies









